3 Gebruikte methoden

3.0.1 KRW toetsing

Alle beschikbare meetgegevens van hydrobiologische kwaliteitselementen zijn getoetst aan landelijke beoordelingsmethodiek voor sloten, kanalen (Omschrijving MEP en maatlatten voor sloten en kanalen, STOWA rapport 2012-34) en meren (Referenties en maatlatten voor natuurlijke watertypen voor de Kaderrichtlijn Water, STOWA rapport 2012-31). Het resultaat hiervan is een duiding van ecologische kwaliteit (EKR score).

Een score van 1 staat voor een maximaal haalbare ecologische kwaliteit in water dat niet door menselijk toedoen wordt verstoord. Een score van 0.6 staat voor een haalbare ecologische kwaliteit in water dat door de mens is gemaakt bij het winnen van turf en zand. Of water dat wordt gebruikt om in te varen of als afvoer om het land en de straat droog te houden. In onderstaande afbeeldingen staat een goede kwaliteit verbeeld.

3.0.2 Natura2000

In de kaarten is de som van bedekkingen van verschillende taxa kranswieren en fonteinkruiden per meetlocatie weergegeven. Niet in ieder meetjaar is met dezelfde opnamemethode gewerkt. De som van bedekkingen wordt dus in verschillende eenheden uitgedrukt. In het verleden werd met een Tansley bedekkingschaal gewerkt in lijnvormige wateren en met een ‘Emile Nat abundantieschaal’ in plassen. Hierin worden de volgende abundantieklassen onderscheiden:

1: aangetroffen met weinig materiaal in één van de windrichtingen 2: idem in twee van de windrichtingen 3: idem in drie van de windrichtingen 4: idem in vier van de windrichtingen 5: aangetroffen met veel materiaal in één van de windrichtingen 6: idem in twee van de windrichtingen 7: idem in drie van de windrichtingen 8: idem in vier van de windrichtingen

Vanaf 2014 zijn alle taxa in een opname uitgedrukt als percentage bedekking van het proefvlak waarin een opname plaatsvond.

3.0.3 Trendanalyse

Per maatlat en ecologisch analysegebied is een lineaire trend in EKR-scores van de afgelopen 12 jaar bepaald. In de figuren met trends in EKR scores worden alleen trends getoond van gebieden waar voor minimaal 3 meetjaren gegevens beschikbaar zijn en waarvan de P waarde < 0.35. Gebieden waar een significante trend is berekend (P waarde < 0.05) zijn rood gemarkeerd.

Scores in de Gaasperplas en Amsterdam zijn (‘2220-EAG-1’,‘1000-EAG-1’,‘2000-EAG-1’) niet meegenomen, omdat de toetsresultaten hier geen reperesentatief beeld geven van het gehele systeem en de bemonsterde locaties teveel verschillen tussen meetjaren.