5 Toestand hydrobiologie

5.1 Algemeen

In figuur 5.1 is te zien dat Botshol op geen enkele maatlat voldoende scoort en dat de ecologische kwaliteit achteruit is gegaan.

Figure 5.1: Ecologische toestand uitgedrukt als EKR score op de 4 biologische KRW maatlatten

5.2 Algen

Zowel bloeien als de hoeveelheid algen zijn een maat voor ecologische kwaliteit. Een overmaat aan algen of bloeien van schadelijke (goud- of blauw)algen duiden een slechtere ecologische toestand dan lage concentratie algen en een grote diversiteit aan planten. In figuur 5.2 is te zien dat er ieder jaar algen bloeien Botshol en dat bloeien sinds 2013 zijn toegenomen. In figuur 5.3 wordt het verloop van de fytoplanktongroepen getoond. Deze worden sinds 2012 ook met behulp van een “fluoroprobe” gemeten. Met dit instrument worden afzonderlijke profielen voor de verschillende algenklassen gemaakt. Zo krijgen we ook inzicht in het voorkomen en de verdeling van algensoorten. In het figuur is te zien dat er sinds 2014 blauwalgen bloeien in de Kleine Wije.

Figure 5.2: Chlorofyl-A per EAG. Door te dubbelklikken op legendaitems kunnen deze worden aan- of uitgezet.

Figure 5.3: Chlorofyl-A gemeten met fluoroprobe per EAG. Door te dubbelklikken op legendaitems kunnen deze worden aan- of uitgezet.

In 5.4 staat de samenstelling van het fytoplankton in de grote Wije van Botshol (EAG 1) weergegeven. Sinds 2014 worden er veel blauwalgen geteld.

Figure 5.4: Soortensamenstelling fytoplankton

5.3 Zooplankton

In 5.5 staat de samenstelling van het zooplankton in de grote Wije van Botshol (EAG 1) weergegeven. In 2013 wordt niet alleen grotere biovolumes, maar ook meer Branchiopoda (Blad- of kieuwpootkreeftjes). Dit is een klasse van de kreeftachtigen, waartoe onder andere de watervlooien behoren. Watervlooien beperken de bloei van fytoplankton en vormen een voedselbron voor vis.

Samenstelling zooplankton

Figure 5.5: Samenstelling zooplankton

5.4 Waterplanten

In figuur 5.6 is te zien dat de kwaliteit van vegetatie af is genomen sinds 2013. EAG 1 en EAG 2 zijn in de laatste meetjaren duidelijk minder goed ontwikkeld. Hier staan minder soorten planten en minder onderwaterplanten, wat zich uit in lage scores op de KRW maatlat, deelmaatlatten en indicator omdat er meer algen zijn en de belasting hoog is.

Fractieverdeling van de EKR-maatlatscores voor de verschillende meetpunten ingedeeld in scoreklassen en weergegeven per deelmaatlat.

Figure 5.6: Fractieverdeling van de EKR-maatlatscores voor de verschillende meetpunten ingedeeld in scoreklassen en weergegeven per deelmaatlat.

Afbeelding 5.7 toont de biodiversiteit per deelgebied per jaar. Te zien is dat de biodiversititeit is afgenomen vanaf 2012; Zowel het gemiddeld aantal soorten per meetpunt (alfa diversiteit) als het totale aantal soorten per EAG (Gamma diversiteit) zijn laag in alle drie de deelgebieden van Botshol.

De soortensamenstelling, weergegeven in 5.8, verschilt per jaar. Kranwieren zijn sinds 2015 niet meer gevonden in Botshol en fonteinkruiden ook niet.

Figure 5.7: Overzicht van biodiversiteit gedefinieerd als; Alfa-diversiteit is de diversiteit van een levensgemeenschap op een bepaald punt van de gradiënt of het gemiddeld aantal soorten per vegetatieopname, bèta-diversiteit, ook wel “species turnover” is de mate van verandering in soortensamenstelling van de ene levensgemeenschap naar de volgende en gamma-diversiteit is de diversiteit van een gebied, uitgedrukt als het totaal aantal soorten per EAG

Figure 5.8: Overzicht van de waargenomen submerse macrofyten, ingedeeld per jaar. Op de x as staat het percentage van de meetpunten waarin de soort is waargenomen. De kleuren tonen de deelgebieden waarin de soorten voorkomen. De soortenlijst is gesorteerd van een hoge naar een lage gemiddelde (jaren en deelgebieden) bedekking per soort

In afbeeldingen 5.9 en ?? zijn de percentages van het totale aantal locaties waar kranswieren en fonteinkruiden zijn waargenomen per jaar weergegeven. Deze soorten vormen de kwalificerende habitattypen kranswierwateren (H3140) en krabbenscheervegetaties (H3150) voor het Natura2000 beheerplan. In EAG-2 zijn nooit fonteinkruiden gevonden. In EAG-1 en 5 zijn zowel de bedekkingen als het aantal locaties waar fonteinkruiden zijn gevonden afgenomen.

Overzicht van de waargenomen kranswieren, ingedeeld per jaar. Op de x as staat het percentage van de meetpunten waarin de soort is waargenomen.

Figure 5.9: Overzicht van de waargenomen kranswieren, ingedeeld per jaar. Op de x as staat het percentage van de meetpunten waarin de soort is waargenomen.

Overzicht van de waargenomen fonteinkruiden, ingedeeld per jaar. Op de x as staat het percentage van de meetpunten waarin de soort is waargenomen.

Figure 5.10: Overzicht van de waargenomen fonteinkruiden, ingedeeld per jaar. Op de x as staat het percentage van de meetpunten waarin de soort is waargenomen.

Figure 5.11: Overzicht van de waargenomen kranswieren in 2016

Figure 5.12: Overzicht van de waargenomen kranswieren in 2014

Figure 5.13: Overzicht van de waargenomen kranswieren in 2012

Figure 5.14: Overzicht van de waargenomen kranswieren in 2009

5.5 Macrofauna en vis

In figuur 5.1 is te zien dat macrofauna voor het laatst is gemeten in 2012. Dit kwaliteitselement wordt niet meer bemonsterd in Botshol. Waarschijnlijk scoort de fauna slechter vanaf 2013, omdat deze afhankelijk is van de bedekking en samenstelling van macrofyten.

Soortensamenstelling vis

Figure 5.15: Soortensamenstelling vis