3 Methoden

Van elk gebied wordt eerst de toestand beschreven, waarna per ESF een analyse wordt uitgevoerd. Hierbij staat de verklaring van de toestand aan de hand van de voorwaarden en het systeemfunctioneren centraal. In aanvulling hierop worden de effecten van toekomstige beheerscenario’s (flexibel peil en het wijzigen van het in- en uitlaat regime) beschreven.

3.1 Toestand biologie

In dit document wordt de toestand beschreven als KRW toetsresultaten die zijn berekend met de aquo-kit. De resulaten zijn samengevoegd en gevisualiseerd als figuren en tabellen. Alle beschikbare meetgegevens van hydrobiologische kwaliteitselementen zijn getoetst aan landelijke beoordelingsmethodiek voor meren (Van der Molen 2012). Het resultaat hiervan is een duiding van ecologische kwaliteit (EKR score).

Een score tussen 1 staat voor een maximaal haalbare ecologische kwaliteit in water dat niet door menselijk toedoen wordt verstoord. Een score van 0.6 staat voor een haalbare ecologische kwaliteit in water dat door de mens is gemaakt bij het winnen van turf en zand. Of water dat wordt gebruikt om in te varen of als afvoer om het land en de straat droog te houden. De wijze waarop gegevens zijn verzameld en getoest staat beschreven in Moria (2016).

3.2 Watersysteemanalyse aan de hand van Ecologische sleutelfactoren

Om realistische doelen en maatregelen in beeld te brengen is inzicht nodig in de factoren die de ontwikkelingen in de huidige ecologische toestand bepalen. Dit kan met behulp van Ecologische sleutelfactoren op een gestructureerde, eenduidige en navolgbare wijze. Het doel van de systeemanalyse aan de hand van sleutelfactoren is om te begrijpen waardoor de ecologische toestand, die we in het veld waarnemen, veroorzaakt wordt (STOWA 2014).

Het raamwerk van de Ecologische Sleutelfactoren helpt om inzicht te krijgen in het ecologisch functioneren van een watersysteem en bieden een kapstok voor het uitvoeren van een gestructureerde watersysteemanalyse. De methodiek bestaat uit acht ecologische sleutelfactoren; iedere sleutelfactor beschrijft een voorwaarde voor een goede kwaliteit. Hierbij geldt een toestand met helder plantenrijk water met een hoge biodiversiteit als streefbeeld.

Voor een goede waterkwaliteit, die gekenmerkt wordt door helder water en een hoge biodiversiteit, is het allereerst noodzakelijk dat ondergedoken waterplanten tot ontwikkeling kunnen komen. Dit is waar de eerste 3 sleutelfactoren over gaan. Het belangrijkste is dat de externe nutriëntenbelasting niet zo hoog is dat algen of kroos dominant worden (ESF 1). Ten tweede is het belangrijk dat er geen andere factoren zijn die het lichtklimaat negatief beïnvloeden, zoals veel kleideeltjes of humuszuren (ESF 2) en ten derde is het voor de ontwikkeling van een soortenrijke submerse vegetatie van belang dat de bodem niet teveel nutriënten bevat (ESF 3). De ecologische sleutelfactoren 4, 5 en 6 zijn bepalend voor de aanwezigheid van specifieke soorten of levensgemeenschappen. ESF 7 en 8 zijn alleen belangrijk in specifieke situaties. Ten slotte is ESF 9 eigenlijk geen echte ecologische sleutelfactor, maar deze ESF gaat over de belangenafweging op een hoger niveau. Dit is geen onderdeel van deze waterkwaliteitsanalyse.

Hieronder staan de tools die zijn gebruikt bij het maken van de analyses en visualisaties:

  • aquo-kit,
  • R,
  • leaflet,
  • plotly.

Gebruikte uitgangspunten en parameters bij de analyses zijn per analysestap en tool beschreven in de bijlagen.

Referenties

Van der Molen. 2012. Referenties En Maatlatten Voor Natuurlijke Watertypen Voor de Kaderrichtlijn Water. Rapportnr. 2012-31. Amersfoort: STOWA. http://www.krw.stowa.nl/Upload/STOWA%202012%2031%20(maatlatten)%20LR13%20(2).pdf.

Moria. 2016. Uitgangspunten Bij de Toestandsbepaling in Krw Waterlichamen. Amsterdam: Waternet.

STOWA. 2014. Ecologische Sleutelfactoren. Begrip van Het Watersysteem Als Basis Voor Beslissingen. Rapportnr. 2014-19. Amersfoort: STOWA.