1 Het belangrijkste gebed

Gemeente: EGM Scheveningen
Datum: zondag 2019-07-14

1.1 Schriftlezing

Lucas 11: 1-12 Het gaat opeens over de Heilige Geest. Soms wordt wel gevraagd: hoe ontvang ik de Heilige Geest. Hier heb je het antwoord: vraag erom. Een andere vraag, die hier ook beantwoord wordt: waartoe ontvang ik de Heilige Geest?
Overigens, deze belofte van de Heilige Geest, komt niet opeens uit het niets te voorschijn, maar heeft zijn wortels in het OT, zoals uit de Schriftlezingen blijkt.

Numeri 11: 24-30 (zie ook vs 14, 15)
Joël 3: 1, 2 (NBG: Joël 2: 28, 29)
Lucas 3: 15-21 (vgl. 24: 49)

1.2 Prediking

Pijlers van de gemeente van de Here Jezus Christus:
1. Christus gestorven en opgestaan. Geloven in de Here Jezus is een werk van de Heilige Geest in ons.
2. Het werk van de Heilige Geest op ons. De Heilige Geest die over ons komt.

De leerlingen vragen Jezus: Heer leer ons bidden.
Bijzondere vraag? Heb jij die vraag wel eens aan iemand gesteld?
Van wie heb jij leren bidden? Wat is je eerste gebedservaring?
- Here zegen deze spijze amen.
- Ik ga slapen ik ben moe …. (schoon mijn zonden velen zijn)

O Vader, die al ‘t leven voedt,
Kroon onze tafel met Uw zegen;
En spijs en drenk ons met dit goed,
Van Uwe milde hand verkregen!
Leer ons voor overdaad ons wachten;
Dat w’ ons gedragen als ’t behoort;
Doe ons het hemelse betrachten;
Sterk onze zielen door Uw Woord!

O Heer’, wij danken U van harte,
Voor nooddruft en voor overvloed;
Waar menig mens eet brood der smarte,
Hebt Gij ons mild en wel gevoed;
Doch geef, dat onze ziele niet
Aan dit vergank’lijk leven kleev’,
Maar alles doe, wat Gij gebiedt,
En eind’lijk eeuwig bij U leev’.

Formuliergebeden, hoe kijkt u daartegen aan? Altijd een goed idee om te luisteren naar je vrije gebeden, kan zomaar tot de ontdekking leiden dat deze minder vrij dan gedacht.

Naar de tekst uit Lucas 11.
“Toen Jezus eens in gebed was ….. .” Lees daar niet overheen, denk erover na, Jezus nam tijden van gebed! Hoe Hij dat invulde weten wij niet precies, maar zijn leerlingen zagen iets in zijn gebedsleven dat hen deed vragen hen te leren bidden. Opmerkelijk, ook Johannes had zijn leerlingen leren bidden.

Als antwoord op hun vraag leert de Here Jezus zijn volgelingen het “onze Vader”. Maar dat is niet het hele antwoord op de vraag van zijn leerlingen. Dat antwoord gaat verder met een verhaal dat de Meester vertelt, een gelijkenis zoals Hij er zoveel verteld heeft.

De gelijkenis:
- drie personages
- een vermoeide reiziger, komt ’s nacht aan bij het huis van een vriend van hem; blijkbaar onaangekondigd;
- de vriend van de reiziger; ligt al in bed als zijn vriend aanklopt; laat hem uiteraard binnen, “ga zitten, wil je wat drinken, heb je al gegeten?”; maakt zijn vrouw wakker; hebben wij nog wat in huis; niets, geen stukje brood meer in voorraad; naar de buurman, al jaren een goede vriend, kijken of ik bij hem wat kan lenen;
- de buurman, in diepe slaap, hoort gebons op de deur, snel luisteren wat er is, voordat het hele huis wakker is; “wie is daar?”, “wat wil je op dit uur van de nacht?”
Wat de buurman overtuigt om te geven/lenen wat hij vraagt is dat hij het niet voor zichzelf vraagt, maar voor de vermoeide reiziger die, weliswaar op een ongelegen moment, een beroep op hem doet. Het vragen om brood te lenen is een vragen met het oog op de ander, de vermoeide reiziger in dit geval. De gelijkenis schept zo een prachtig beeld van een christen, die de opdracht heeft om voor de ander te leven, die de opdracht heeft om uit te delen, en als hij dat wil doen, merkt dat hij niets in voorraad heeft. En dus niet anders kan doen, dan brood gaan lenen om uit te kunnen delen.
Deze gelijkenis zet de toon voor de beloften die daarna komen:
- vraag en er zal je gegeven worden (bidt en u zal gegeven worden)
- zoek en je zult vinden (zoekt en gij zult vinden)
- klop en er zal voor je worden opengedaan (klopt en u zal open gedaan worden)
en voor de gelijkenis van de vader die zijn zoon geen slang voor een vis en geen schorpioen voor een ei geeft.
En dan komt de verrassende wending in de slotzin van dit gedeelte: als jullie, hoewel jullie slecht zijn, al goede gaven weet te geven aan jullie kinderen, hoeveel meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen.
Zo worden de volgelingen van Jezus aangemoedigd om te vragen om de Heilige Geest.
Wat in het OT nog een verzuchting /gebed was in de mond van Mozes, wat in het OT bij Joël nog een belofte was voor het laatst der dagen, wordt nu door Jezus als een belofte voor Zijn volgelingen neergezet.

Teksten als deze in Lucas 11 zetten de toon in het NT. Er is met de komst van de Here Jezus een nieuwe tijd aangebroken, het tijdperk van de Heilige Geest. Vergeving van zonden was ook in de tijd voor de komst van de Here Jezus te verkrijgen; ook de gelovigen in het OT wisten daarvan, zie bijvoorbeeld Psalm 32. Dat elke gelovige mag bidden om de Heilige Geest en mag weten dat de hemelse Vader dit gebed zal verhoren is nieuw. Johannes de Doper kondigde deze tijd aan toen hij zei: Deze is het die met de Heilige Geest doopt, Jezus kondigde de tijd aan met de belofte uit Lukas 11, in Handelingen lezen wij dat de tijd daadwerkelijk aanbreekt op de Pinksterdag in Jeruzalem als de leerlingen van Jezus gedaan hebben wat Hij ze opgedragen heeft, wachten op de belofte van de Vader, dat is op de komst van de Heilige Geest. En wat gebeurde er daarna? Zij verkondigden aan ieder die het horen wil het evangelie van Jezus Christus. Anders gezegd: zij deelden brood uit aan de hongerigen. Eerst aan de Joden en gaandeweg in het boek Handelingen ook steeds vaker aan niet-Joden, aan zogenaamde heidenen. Ander kenmerk van het tijdperk van de Heilige Geest, het is ook het tijdperk waarin God een volk voor Zijn Naam uit de heidenen bij elkaar brengt door het werk van de Heilige Geest. En die Geest werkt door mensen, werkt door de gemeente. Door mensen die de Vader bidden om de Heilige Geest, omdat zij brood willen hebben om aan hongerigen voor te zetten.

Gebed om de Geest is het belangrijkste gebed voor een gelovige (volgeling van Jezus), omdat wie de Here Jezus heeft leren kennen, en door het geloof in Hem een kind van God is geworden, hetzelfde verlangen in zich krijgt dat God Zelf heeft, namelijk dat niemand verloren gaat, maar dat alle mensen door Hem behouden worden. Natuurlijk omdat zij dat andere mensen ook gunnen, maar bovenal omdat zij het de Meester gunnen, dat Zijn huis, Zijn gemeente, vol wordt. Wij gunnen het de Here, dat hij geëerd wordt uit miljarden monden. Daarom zetten wij ons in in Zijn gemeente, op de plaats waar Hij ons plaatst. En wat die plaats ook is, in evangelisatie, in dienstbetoon, in kinderwerk, in pastoraal werk, in onderwijs, in …….. , wat die plaats ook is, wij hebben zelf geen brood om uit te delen. Wij weten zelfs niet wat de reiziger die op onze weg komt nodig heeft. Daarom zoeken wij de Heer, kloppen bij Hem aan en vragen Hem om de Heilige Geest, opdat wij zullen zien met Gods ogen, zullen horen wat Hij ons wil laten horen, en brood hebben om uit te delen naar de behoefte van de reiziger die op onze weg komt.

Gebed om de Heilige Geest, het belangrijkste gebed. Zonder het werk van de Heilige Geest, hebben wij niets om voor te zetten en vloeit het leven weg uit de gemeente. Biddend om de Heilige Geest, in het vertrouwen dat onze hemelse Vader dit gebed verhoort naar de belofte van de Here Jezus, is de gemeente een levende gemeente, en zullen de Here Jezus en God de Vader meer en meer geëerd worden in de gemeente.

Amen.