3 Studie 3: Zegen voor Israel

Deze derde studie is gebaseerd op Lohuis (2020)6.
De studie volgt de hoofdstukindeling van het boek, haalt opmerkelijke inzichten naar voren en/of verdiept zaken die in het boek aan de orde komen.

3.1 Terugblik studie (1 en 2)

Samenvattende opmerkingen eerste studie:

  • Opkomst Messiaanse beweging en ontstaan Messiaanse gemeenten
  • Israel in Gods scheppingsplan (Efeze 1)
    • Een apart gezet volk temidden van de volken; tot zegen van de rest Genesis 12)
    • Een koninkrijk van priesters; er was discussie of deze opdracht nog geldt; (Exodus 19: 5-6)
  • De gang van Gods volk Israel is rode draad in OT
  • De missie van het volk roept voortdurende weerstand op bij de volken
  • Het volk is niet altijd succesol geweest in uitvoering van de missie
  • Land en stad (de plaats die de Here uw God verkiezen zal) nemen belangrijke plaats in, in de Tenach; in Torah, Nebi’im en Ketub’im


  • Na Maleachi zwijgen de profeten voor meer dan 400 jaar
  • Judaisme ontwikkelt zich verder
  • NT pakt in de evangelien direct de draad weer op vanuit Tenach
  • NT speelt zich af in de bedding van de Tenach (de uitdrukking is van Westerman in De Messias leren)

3.2 Israel als kanaal van Gods zegen

In de eerste studie is benadrukt dat Gods plan met Israel stamt van voor de grondlegging van de wereld. In Genesis 12 begint dit plan zijn concrete uitwerking te krijgen.
Nadat in hoofdstuk 11 de rebellie van de torenbouwers van Babel beschreven staat, eindigt het hoofdstuk met een geslachtsregister uitlopend op Abram. Deze Abram wordt in hoofdstuk 12 door God geroepen om vanuit Haran te gaan naar het land dat God hem wijzen zal.

1De Here nu zeide tot Abram: Ga uit uw land en uit uw maagschap en uit uws vaders huis naar het land, dat Ik u wijzen zal; 2Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken, en gij zult tot een zegen zijn. 3Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken, en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden.

Met deze tekst wordt de roeping van Abram geintroduceerd. Vanaf het begin is duidelijk dat de roeping van Abraham uiting is van Gods liefde voor de volken. Door en in het nageslacht van Abram wordt de volken de weg gewezen tot zegen. Dit volk verlicht de weg voor de volken. Zoals het oog de lamp van het lichaam is (Mattheus 6: 22), zo is Israel, Gods oogappel, de lamp voor alle geslachten van de aarde. Als God waarschuwt niet aan Zijn oogappel te komen, dan heeft dat ermee te maken, dat wie aan Israel komt, aan Gods kanaal komt waardoor Hij de wereld zegent. Sinds de roeping van Abram heeft God Zijn belofte gehouden, Hij heeft de wereld gezegend door Abrahams nakomelingen, het meest door de Grootste onder hen, Jezus Messias.
Vergeet de andere zegeningen die ons in dit volk gegeven zijn niet. In de eerste plaats dat hen de woorden van God zijn toevertrouwd (Rom. 3: 2). Bedenk dat het heil uit hen is, zoals Jezus zei tegen de Samaritaanse vrouw (Joh. 4: 22).
Vele andere zegeningen zijn door dit volk tot de volken gekomen. Om er enkelen te noemen:

  • het besef dat er een God is (monotheisme)
  • scheiding van kerk en staat, komt uit het oude Israel
  • het besef dat koningen (en andere machthebbers) geen absolute macht hebben; de grondprincipes van een democratie zijn in de bijbel te vinden
  • bijdragen aan wetenschap

De ggrootste zegen die door Israel tot ons gekomen is uiteraard Jezus Christus.

3.3 Israel vervloekt door de kerk

Een gelovige zal niet snel degene die hem tot de Here Jezus heeft geleid afvallen. En toch is dat nu net hetgeen in het christendom heel vaak is gebeurd. De Joden zijn beschuldigd als moordenaars van God die het daarom niet of nauwelijks verdienden te leven. Uit diverse bronnen klinken citaten op van kerkvaders uit de eerste eeuwen en vooraanstaande kerkleiders die het gif van anti-semitisme in zich dragen. Diverse studies laten de lijnen zien die lopen vanuit dit anti-Joodse denken in het christendom naar de Shoah.
De kerk heeft zich ver verheven gevoeld boven de synagoge en dat is terug te vinden in de theologische geschriften tot op de dag van vandaag maar bijvoorbeeld ook in kunstwerken in kerken, kunstwerken die ook behooden tot het onderwijs dat de kerkleden meekregen.7

Voor een voorbeeld zie deze website van de Onze Lieve Vrouwe kerk in Oorschot.
Geconstateerd kan worden dat vanuit het christendom de oproep om Israel te zegenen weinig gehoor heeft gevonden. Om het christelijk antisemitisme met de wortel uit te roeien is het noodzakelijk de theologie te ontdoen van elke vorm van vervangingsleer, dat is de leer dat Israel afgedaan heeft en de kerk als het ‘geestlijke Israel’ de plaats van het ethnische Israel heeft overgenomen.

3.4 Bewogenheid met Israel

Lucas 19 verhaalt van de gebeurtenissen bij Jezus’ intocht in Jeruzalem.

Lucas 19 37Toen Hij reeds dichterbij kwam, aan de glooiing van de Olijfberg, begon de gehele menigte der discipelen vol blijdschap God te prijzen, met luider stem, om al de krachten, die zij gezien hadden, 38en zij zeiden: Gezegend Hij, die komt, de Koning, in de naam des Heren; in de hemel vrede en ere in de hoogste hemelen. 39En enige der Farizeeën uit de schare zeiden tot Hem: Meester, bestraf uw discipelen. 40En Hij antwoordde en zeide: Ik zeg u, indien dezen zwegen, zouden de stenen roepen. 41En toen Hij nog dichterbij gekomen was en de stad zag, weende Hij over haar, 42en zeide: Och, of gij ook op deze dag verstondt wat tot uw vrede dient; maar thans is het verborgen voor uw ogen. 43Want er zullen dagen over u komen, waarin uw vijanden een bolwerk tegen u zullen opwerpen 44en u omsingelen en u van alle zijden in het nauw brengen, en zij zullen u en uw kinderen in u vertreden en zij zullen in u geen steen op de andere laten, omdat gij de tijd niet hebt opgemerkt, dat God naar u omzag.

Zoals eens Jeremia, zo huilde Jezus over de aanstaande val en vewoesting van Jeruzalem. Als er iemand in de bijbel is die van Israel hield, dan was het Jezus. Hij die voor Zijn volk wilde sterven op Golgotha.
De door Jezus voorzegde verwoesting an Jeruzalem vond plaats in het jaar 70, een gebeurtenis die in de kerk geinterpreteerd werd als teken dat de bijzondere positie van Israel in Gods plan voorbij was. De kerk werd (en wordt) als het nieuwe Israel gezien, dit leidde zelfs tot vreugde over de verwoesting van de tempel. Wat een contrast met het verdriet van de Here Jezus hierover.
Ook de Jood Paulus had veel verdriet over het ongeloof van zijn volksgenoten, voor hun behoud zou hij zelf wel van Christus verbannen willen zijn (Rom. 9: 2-3). Een gebed zoals eens dat van Mozes (Exodus 32: 32). Een houding zoals die van Jezus Zelf.

Romeinen 9
1Ik spreek de waarheid in Christus, ik lieg niet, want mijn geweten betuigt mij dit mede door de heilige Geest: 2ik heb een grote smart en een voortdurend hartzeer. 3Want zelf zou ik wel wensen van Christus verbannen te zijn ten behoeve van mijn broeders, mijn verwanten naar het vlees; 4immers, zij zijn Israëlieten, hunner is de aanneming tot zonen en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften: 5hunner zijn de vaderen en uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus, die is boven alles, God, te prijzen tot in eeuwigheid! Amen.

De Jodenhaat die zich in de kerk ontwikkelde is op geen enkele manier te rechtvaardigen. Ook niet op grond van de vijandige houding vanuit het Jodendom tegen Paulus, daar dit een interne Joodse strijd betrof. Er zijn geen voorbeelden van vervolging van heiden gelovigen vanuit de synagoge.
De oproep om onze naaste lief te hebben, geldt in het bijzonder onze Joodse naaste. Het heil dat wij ontvangen hebben is uit de Joden, die zelf in overgrote meerderheid geen oog hebben hiervoor. En dat ondanks alles wat er in hun geschriften over geschreven staat. In plaats van dat dit leidt tot haat ten opzichte van dit volk, zou liefde, ontferming, gebed voor hen een vanuit het evangelie logisch gevolg zijn.
Als dat gevolg niet aanwezig is, wat zegt dat dan over iemands christen zijn?

3.5 Ik zal zegenen wie u zegenen

Het principe uit Genesis 12 is een tijdloos principe. Zowel in de bijbelse geschiedenis als daarbuiten zijn er voorbeelden te over van zeggen voor wie Israel zegenen en vloek voor wie Israel vervloeken.

3.5.1 Egypte

Genesis behandelt uitgebreid de lotgevallen van Jozef. In zijn leven zien wij in vervulling gaan dat de Here God door een nakomeling van Abrahm de volken zegent. De toenmalige Farao was goed voor Jozef en zijn familie; hij en zijn volk werden rijk gezegend.
Exodus beschrijft een heel andere Farao. Deze onderdrukt het volk en wij zien een beeld zoals wij dat later in de geschiedenis van Israel keer op keer terugzien. Onderdrukking, vernedering, poging het volk te decimeren en uiteindelijk uit te roeien. Let ook op het dubbele in het gedrag an Farao, enerzijds angst voor dit volk, anderzijds wil hij het iet laten gaan. Blijbaar ziet hij ook welk voordeel eht hem brengt dit volk binnen zijn grenzen te hebben. Wel economisch profiteren en ondertussen eht volk kleineren en onderdrukken. Deze Farao ondervindt de machtige hand van de God van Abraham, Isaak en Jakob en vindt uiteindelijk zijn ondergang met zijn legers in de Schelfzee.

3.5.2 Kores van Perzie

Kores van Perzie geeft toestemming de tempel in Jeruzalen te herbouwen, zie slot 2 Kronieken en ook Ezra 1.

2 Kronieken 36
22Maar in het eerste jaar van Kores, de koning van Perzië, wekte de Here, opdat het woord des Heren, door Jeremia verkondigd, zou worden voltrokken, de geest van Kores, de koning van Perzië, op, om door zijn gehele koninkrijk, ook in geschrifte, deze oproep te doen uitgaan: 23Zo zegt Kores, de koning van Perzië: alle koninkrijken der aarde heeft de Here, de God des hemels, mij gegeven en Hij heeft mij opgedragen Hem een huis te bouwen in Jeruzalem, in Juda. Wie nu onder u tot enig deel van zijn volk behoort – de Here, zijn God, zij met hem, hij trekke op.

In Jesaja 43 staat dat de Here God andere volken geeft als losprijs voor Israel.

Jesaja 43
1Maar nu, zo zegt de Here, uw Schepper, o Jakob, en uw Formeerder, o Israël: Vrees niet, want Ik heb u verlost, Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt Mijn. 2Wanneer gij door het water trekt, ben Ik met u; gaat gij door rivieren, zij zullen u niet wegspoelen; als gij door het vuur gaat, zult gij niet verteren en zal de vlam u niet verbranden. 3Want Ik, de Here, ben uw God, de Heilige Israëls, uw Verlosser; Ik geef Egypte, Ethiopië en Seba als losgeld in uw plaats. 4Omdat gij kostbaar zijt in mijn ogen en hooggeschat en Ik u liefheb, geef Ik mensen voor u in de plaats en natiën in ruil voor uw leven. 5Vrees niet, want Ik ben met u; Ik doe uw nakroost van het oosten komen en vergader u van het westen.

Diverse commentaren8 betrekken dit op de Kores en lezen en het Perzische rijk, die andere landen/ volken konden onderwerpen omdat Kores goed was geweest voor Israel.

3.5.3 Haman

Een voorbeeld va iemand die Israel vervloekte is Haman. Zie het boek Esther. Uiteindelijk komt hij aan zijn einde aan de paal die hij had opgericht om de Jood Mordechai aan op te hangen.

3.5.4 Engeland

Eens was Engeland een grote wereldmacht. Na de eeste wereldoorlog, vormde het Britse imperium een indrukwekkende wereldmacht. In de decennia daarna heeft Engeland Israel meer en meer in de steek gelaten. Van de werledmacht Engeland is inmiddels weinig meer over.

3.5.5 Sovjet Unie

Een andere grote wereldmacht die slecht is geweest voor haar JOden is het grote Sowjetrijk. Vele Joden zijn verbannen geweest naar Siberie of opgesloten in de kampen. Emigratie naar Israel was niet of nauwelijks mogelijk. In de jaren 90 viel het machtige communistische rijk uiteen.

3.5.6 Oorzaak en gevolg?

Er zijn meer voorbeelden in de geschiedenis waarin Israel zegenen en gezegend worden, respectievelijk Israel vervloeken en vervloekt worden, opvallend hand in hand lijken te gaan. Zoals:

  • het verval van Spanje als wereldmacht na 1492, het jaar waarin de Joden uit Spanje werden verdreven
  • het huidige M.O.; de chaos in landen die Israel haten; de relatieve rust in landen die min of meer in vrede met Israel leven

Bij dit alles: wees voorzichtig met te makkelijk leggen van oorzakelijke verbanden. Het is relatief eenvoudig om gebeurtenissen uit het verleden oorzakelijke vebanden te suggereren. Kijk uit voor geheiligde fantasie.
Iets anders is om wat je ziet te duiden vanuit wat de bijbel leert. En dan kun je met de nodige voorzichtigheid verbanden aanwijzen. Als je de vijanden van Israel met elkaar ziet vechten, dan kun je bijbelse patronen herkennen. Maar dat kun je ook doen als Israel zijn heil zoekt bij de wereldmachten met wij zij een gemeenschappelijke vijand heeft.

Voor gelovigen is de tekst uit Genesis 12 op andere wijze meer van belang. Namelijk om de vraag te stellen hoe wij tot zegen kunnen zijn voor de nakomelingen van Abraham. Als wij verlangen naar opwekking, wat toch niet anders genoemd kan worden dan een zegen van de Here God, dan ligt hier een sleutel. Wie Iarael zegent zal gezegend worden.

3.6 Israel en de geschiedenis van de volken

Het is bijzonder hoeveel wereldrijken opgekomen en verdwenen zijn en dat het Joodse volk, er nog is.
<Lohuis relateert dit aan Jeremia 51: 20 een ekst die hij op Israel betrekt; het lijkt vanuit de context in dit hoofdstuk niet voor de hand liggen om deze tekst op Israel te betrekken>.

Nederland is een voorbeeld van een volk dat zijn Joden zegende en gezegend is geweest. De periode dat Nederland, getekend door de reformatie, een zegen was de Joden, is de periode van de gouden eeuw, een periode waarin Nederland in economisch en cultureel opzicht uitermate gezegend was. Al is de manier waarop daarmee omgegaan is, een verhaal met donkere schaduwzijden.
Vanaf midden va de 19e eeuw kwam, als gevolg van vervolgingen, de Zionistische beweging op. Deze geboorteweeen van de Joodse staat, ging historisch gepaard met de grote verschrikkingen van de 20e eeuw, WO I en WO II. WO I brak de macht van het Ottomaanse (Turkse) rijk, waarvan het land Israel 400 jaar een onderdeel was geweest. Engeland kreeg het beheer over het land, het baande de weg voor een Joodse staat in Palestina. Voordat het daadwerkelijk zo ver kwam mest Europa eerst nog door de verschrikkinggen van WO II. Het is onjuist het ontstaan van de staat Israel te zien als een gevolg van WO II. Eerder moet WO II gezien worden als een laatste ultime poging an het rijk der duisternis om de totstandkoming van de staat Israel te voorkomen.
Na WOII is Europa in wat het post-christelijke tijdperk genoemd wordt terecht gekomen. In een korte tijd hebben wij in Nederland het geloof in God, dat het land gekenmerkt en gevormd heeft, losgelaten en vervangen door, ja door wat eigenlijk? Kan dit het oordeel zijn over Nederland en Europa, een continent waarin het bloed van Gods volk roept van de aardbodem als in geen ander continent. Van de Beek (2004)9 schrijft: ‘De lege kerken in Europa zijn het oordeel vanwege de lege synagogen.’ De grote kerken in Nederland hebben juist afgelopen jaar schuld beleden over wat in de jaren dertiger en veertiger jaren an de vorige eeuw de Joden is aangedaan en het tekortschieten van de kerken. Daar kunnen wij van alles van denken, maar wat het in ieder geval aantoont is dat wij dit verleden maar niet zo achter ons kunnen laten alsof er niets gebeurd is. Dit gebeurde niet in een of andere stammenmaatschappij, of in een of andere bananenrepubliek, maar in het door het christendom gevormde Europa.
Als de vraag gesteld wordt wat het belang is van verdiepen in de relatie van de gemeente van de Here Jezus met het Joodse volk, dan heb je hier het antwoord. Daarbij kunnen wij lange discussies houden over het nut van schuldbelijden, het kiezen van de juiste woorden zonder tekort te doen aan degenen die hun leven gewaagd en gegeven hebben voor het Joodse volk. Laten wij de vraag wat het zegenen van de nakomelingen van Abraham in onze tijd - met opkomend antisemitisme, holocaust ontkenning, complottheorieen rondom Joden en Jodendom, etc. - beekent, vooral niet vergeten.

3.7 Israel als teken van genade

Het ontstaan en voortbestaan van Israel is tot op de dag van vandaag een wonder en laat ons Gods genade zien. Het begin, de geboorte van Isaak op een leeftijd van Abraham en Sara dat dit onmogelijk was, is het eerste teken. Er volgen er tallozen, zoals het overleven in Egypte, de strijd tegen Amalek, het koningschap van David, het overleven in de ballingschap, de door Haman geplande uitroeiing die zich tegen hemzelf keerde, etc. Ook in de geschiedenis in de nabijbelse tijd is het voortbestaan van dit volk teken va Gods genade en trouw. Tekenend wordt dit zichtbaar in het museum “Chamber of the Holocaust” in Jeruzalem. De meest verschrikkelijke dingen zijn tentoongesteld, op het binnenterrein staat de bezoeker omgeven door grafstenen, waarbij elke grafsteen staat voor een uitgemoorden Joodse gemeenschap. Boven dit museum is een Joodse school gevestigd waar Torah en Talmoed gestudeerd wordt, gebeden en gezongen. Am Israel chaj, het volk Israel leeft.

Menorah Knesset

3.8 Israel is het verbondsvolk van God

Psalm 105
1Looft de Here, roept zijn naam aan,
maakt onder de volken zijn daden bekend;
2zingt Hem, psalmzingt Hem,
gewaagt van al zijn wonderen.
3Beroemt u in zijn heilige naam;
het hart van wie de Here zoeken, verheuge zich.
4Vraagt naar de Here en zijn sterkte,
zoekt zijn aangezicht bestendig.
5Gedenkt aan de wonderen, die Hij heeft gedaan,
zijn tekenen en de oordelen van zijn mond,
6gij nakroost van Abraham, zijn knecht,
gij kinderen van Jakob, zijn uitverkorenen.

7Hij, de Here, is onze God,
zijn oordelen gaan over de ganse aarde;
8Hij gedenkt voor eeuwig aan zijn verbond,
– het woord, dat Hij gebood aan duizend geslachten –
9dat Hij met Abraham sloot,
en aan zijn eed aan Isaak;
10ook stelde Hij het voor Jakob tot een inzetting,
voor Israël tot een eeuwig verbond,
11toen Hij zeide: U zal Ik het land Kanaän geven
als het u toegemeten erfdeel.

De Here God heeft Zich aan Israel verbonden. Een verbond is meer dan een contract. Het gaat om onvoorwaardelijke trouw, vergelijk een huwelijksverbond.
Zo heeft God Zich voor eeuwig verbonden aan Abraham en zijn nageslacht, dat is aan Israel. Dit verbond is met de komst van Jezus niet over noch vervangen door een nieuw verbond met de kerk, Gods volk uit de volken.
Het is opvallend hoe belangrijk in de Tenach de aan het verbond verbonden landbelofte is.

Als Abram in Genesis 12 op weg gaat en aankomt bij Sichem verschijnt de Here aan hem.

Gen 12: 7
7Toen verscheen de Here aan Abram en zeide: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven. En hij bouwde daar een altaar voor de Here, die hem verschenen was.
וַיֵּרָ֤א יְהוָה֙ אֶל־אַבְרָ֔ם וַיֹּ֕אמֶר לְזַ֨רְעֲךָ֔ אֶתֵּ֖ן אֶת־הָאָ֣רֶץ הַזֹּ֑את וַיִּ֤בֶן שָׁם֙ מִזְבֵּ֔חַ לַיהוָ֖ה הַנִּרְאֶ֥ ה אֵלָֽיו׃

Genesis 13: 14- 15
14En de Here zeide tot Abram, nadat Lot zich van hem gescheiden had: Sla toch uw ogen op, en zie van de plaats, waar gij zijt, naar het noorden, zuiden, oosten en westen, 15want het gehele land, dat gij ziet, zal Ik u en uw nageslacht voor altoos geven. 16En Ik zal uw nageslacht maken als het stof der aarde, zodat, indien iemand het stof der aarde zou kunnen tellen, ook uw nageslacht te tellen zou zijn. 17Sta op, doorwandel het land in zijn lengte en breedte, want u zal Ik het geven. 18Daarna sloeg Abram zijn tenten op en ging wonen bij de terebinten van Mamre, bij Hebron, en hij bouwde daar een altaar voor de Here.

Genesis 15
7En Hij zeide tot hem: Ik ben de Here, die u uit Ur der Chaldeeën heb geleid om u dit land in bezit te geven.

Genesis 17
1Toen Abram negenennegentig jaar oud was, verscheen de Here aan Abram en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige, wandel voor mijn aangezicht, en wees onberispelijk; 2Ik zal mijn verbond tussen Mij en u stellen, en u uitermate talrijk maken. 3Toen wierp Abram zich op zijn aangezicht en God sprak tot hem: 4Wat Mij aangaat, zie, mijn verbond is met u, en gij zult de vader van een menigte volken worden; 5en gij zult niet meer Abram genoemd worden, maar uw naam zal zijn Abraham, omdat Ik u tot een vader van een menigte volken gesteld heb. 6Ik zal u uitermate vruchtbaar maken en u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen. 7Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en u en uw nageslacht in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u en uw nageslacht tot een God te zijn. 8Ik zal aan u en uw nageslacht het land, waarin gij als vreemdeling vertoeft, het ganse land Kanaän, tot een altoosdurende bezitting geven, en Ik zal hun tot een God zijn.

Genesis 28
0Jakob vertrok uit Berseba en ging naar Haran. 11En hij bereikte een plaats, waar hij bleef overnachten, omdat de zon ondergegaan was. En hij nam een van de stenen der plaats, legde die onder zijn hoofd en ging op die plaats slapen. 12Toen droomde hij, en zie, op de aarde was een ladder opgericht, waarvan de top tot aan de hemel reikte, en zie, engelen Gods klommen daarlangs op en daalden daarlangs neder. 13En zie, de Here stond bovenaan en zeide: Ik ben de Here, de God van uw vader Abraham en de God van Isaak; het land, waarop gij ligt, zal Ik aan u en aan uw nageslacht geven. 14En uw nageslacht zal zijn als het stof der aarde, en gij zult u uitbreiden naar het westen, oosten, noorden en zuiden, en met u en met uw nageslacht zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden.

De landbelofte is niet iets uit het boek Genesis, de uittocht uit Egypte staat in het teken van het gaan naar het beloofde land. Deuteronomium geeft wetten voor als het volk in het beloofde land is gekomen. Jozua staat in het teken van het veroveren ervan. De historische boeken beschrijven de periode dat het volk in het land woonde. Het volk ging weliswaar in ballingschap vanwege afval van de dienst aan de Heer, maar mocht daaruit ook weer terugkeren. De landbelofte is onderdeel van Gods eeuwige verbond met de nakomelingen van Abraham.
Het NT leert niet dat deze belofte achterhaald is. Het NT leert niet dat de kerk de plaats van Israel heeft ingenomen. De vraag van de discipelen vlak voordat Jezus naar de hemel ging - ‘Heer herstelt u in deze tijd het koningschap voor Israel’ (Hand. 1: 6) - is geen domme vraag.

3.9 God is trouw aan Zijn beloften

Vervangingstheologie die zegt dat de beloften uit het OT nu geestelijk geinterpreteerd moeten worden, kan vergeleken worden met een man die na 20 aar huwelijk zegt dat de huwelijksbeloften van zorgen voor de ander nu een andere dimensie, een geestelijke dimensie krijgen. Ik had je wel beloofd voor je te zorggen, maar nu ga ik het huis uit en op een geestelijke manier van je houden; het natuurlijke is nu voorbij, het geestelijke is gekomen. Nog erger is het als een man zegt, mijn liefde gaat niet meer in het bijzonder naar jou uit, maar is vanaf nu hetzelfde als voor alle andere vrouwen in de wereld.
Is de leer van de vervangingstheologie de manier waarop de bijbel over Gods verbond met Israel spreekt?

Jeremia 31
31Zie, de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal. 32Niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam, om hen uit het land Egypte te leiden: mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ik heer over hen ben, luidt het woord des Heren. 33Maar dít is het verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des Heren: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn. 34Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder leren: Kent de Here: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord des Heren, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken.
35Zo zegt de Here, die de zon overdag tot een licht geeft, die de maan en de sterren verordent tot een licht des nachts, die de zee opzweept, dat haar golven bruisen, wiens naam is Here der heerscharen: 36Als deze verordeningen voor mijn ogen zullen wankelen, luidt het woord des Heren, dan zal ook het nageslacht van Israël ophouden al de dagen een volk te zijn voor mijn ogen. 37Zo zegt de Here: Als de hemel boven te meten is en de fundamenten der aarde beneden na te speuren zijn, dan zal Ik heel het nageslacht van Israël verwerpen om al hetgeen zij gedaan hebben, luidt het woord des Heren.

Duidelijker dan in deze verzen kan niet gezegd worden dat Gods verbond met Israel altijdurend is. Het is ondenkbaar dat Hij het nageslacht van Israel verwerpen zal.
Vervangingstheologie is daarnaast ook nog meten met twee maten. Voor de kerk geldt ‘Groot is Uw trouw o Heer, ben ik ontrouw, Gij blijft immer Dezelfde’, voor Israel geldt dat het haar uitverkiezing verspeeld zou hebben. Wat in tegenspraak is met belofte zoals die in Jeremia 31.
Dat Gods verbond met dit volk altoosdurend is, betekent niet dat elke individuele Jood behouden is, omdat hij Jood is. Zie wat Johannes de Doper zei en zie ook de woorden van Jezus Zelf bijvoorbeeld in Johannes 8. Het betekent wel dat Gods bijzondere band met dit volk blijvend is, Hij is niet van gedachten veranderd wat betreft het verbondsvolk.

Romeinen 11
28Zij zijn naar het evangelie vijanden om uwentwil, naar de verkiezing zijn zij geliefden om der vaderen wil. 29Want de genadegaven en de roeping Gods zijn onberouwelijk.

3.10 Het nieuwe verbond is met Israel gesloten

Vervangingstheologie gaat ervan uit dat het nieuwe verbond, zoals in Jeremia 31 beloofd, met de kerk is gesloten. Als teken daarvan wordt de doop beschouwd, die volgens een veelgebruikt formiulier bij kinderdoop, “in plaats van de besnijdenis is gekomen.” Het NT leert dit overigens nergens.

Hoe inconsequent het is om het nieuwe verbond uit Jeremia 31: 31 op de kerk en niet op Israel te betrekken, blijkt als terug gelezen wordt in hetzelfde hoofdstuk.

Jeremia 31
27Zie, de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat Ik het huis van Israël en het huis van Juda bezaai met zaad van mensen en zaad van dieren; 28en het zal gebeuren, zoals Ik wakker ben geweest om hen uit te rukken en af te breken, te verwoesten en te verdelgen en rampen over hen te brengen, zo zal Ik wakker zijn om hen te bouwen en te planten, luidt het woord des Heren. 29In die dagen zal men niet meer zeggen: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten en de tanden der kinderen zijn slee geworden. 30Maar ieder zal om zijn eigen ongerechtigheid sterven; ieder die onrijpe druiven eet, diens tanden zullen slee worden.
31Zie, de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal.

Deze verzen (27-28 in het bijzonder) slaan niet op de kerk, maar op Israel en hebben betrekking op de Babylonische ballingschap. Als ‘het huis van Israel en het huis van Juda’ in vers 27 op Israel betrekking heeftr, dan mag geconcludeerd worden dat dit ook geldt voor vs 31.
De heilsgeschiedenis beschreven in het NT heeft dit ook als uitgangspunt. De evangelien en groot deel van Handelingen speelt zich af binnen Israel. En daar waar het boek Handelingen de kringen weider trekt, is Jeruzalem nog steeds het centrum.
Jezus trok rond, leerde en deed tekenen en wonderen in Israel. Hij viert met Zijn discipelen de Seder, waarbij de uittocht uit Egypte herinnerd wordt. Als Hij dan bij de beker naar Jeremia 31 verwijst, verwijst Hij naar het nieuwe verbond met het huis van Israel en het huis van Juda. Jezus geeft Zijn leven voor dit verbond met Israel en Juda. Vergelijk Mattheus 26: 28 met slot van Jeremia 31: 34.

Mattheus 26
26En terwijl zij aten, nam Jezus een brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het aan zijn discipelen en zeide: Neemt, eet, dit is mijn lichaam. 27En Hij nam een beker, sprak de dankzegging uit en gaf hun die en zeide: Drinkt allen daaruit. 28Want dit is het bloed van mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden. 29Doch Ik zeg u, Ik zal van nu aan voorzeker niet meer van deze vrucht van de wijnstok drinken, tot op die dag, dat Ik haar met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk mijns Vaders.

Jeremia 31 34Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder leren: Kent de Here: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord des Heren, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken.

De Pinksterdag in Jeruzalem, beschreven in Handelingen 2, is een Joods gebeuren. Als Paulus spreekt over de belofte va de Heilige Geest voor hen ‘die veraf zijn’ (Hand 2: 39) betrekt Lohuis dit op de Joden in de diaspora, omdat Petrus pas in Handelingen 10 zicht krijgt op het werk van Gods Geest onder de heidenen. Dit laatste hoeft echter niet tegen te spreken dat de strekkig van Petrus’ woorden ook al de heidenen insluit, ondanks dat hij dat zelf wellicht og niet in de gaten had.
In Handelingen komen grote aantallen Joden tot geloof, vele tienduizenden (Hand. 21: 20). Chriatelijke gemeenten ontstonden juist daar waar veel Joden woonden. Logisch ook wel, omdat Paulus zich in de eerste plaats altijd tot de synagoge wendde.
Dit alles betekent niet dat heidenen buiten gesloten worden, ook heidenen hebben een plek in Gods plan. Door het geloof in Jezus krijgen heidenen deel aan het nieuwe verbond als wilde takken op een edele olijfboom, zo beschrijft Paulus dat in Romeinen 11.
Zo wordt de God van Israel ook de God van de gelovige uit de volken, die onder het dak van het verbond mogen komen. Hier past een bescheiden houding naar de oorspronkelijke bewoners van dit huis van het verbond.

3.11 Het oude verbond is alleen het verbond van de wet


  1. zie hier↩︎

  2. https://www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel/voi53-3b.php↩︎

  3. o.a. Ibn Ezra (Joodse geleerde uit de middeleeuwen, eind 11e - midden 12e eeuw); Ellicott (Engelse Anglicaan 19e eeuw)↩︎

  4. Van de Beek, A. (2004). De Kring om de Messias. Meinema.↩︎