6 Ontmoetingen met Jezus (3)

Gemeente Datum
CG De Bron Bodegraven 2020-12-03

Drie studies over ontmoetingen met Jezus.

6.1 Terugblik studie (1 en 2)

Doel van Johannes met Zijn evangelie, zie 20: 30-31
Johannes 1:

  1. Proloog; ontmoeting van de lezer met Jezus.
  • Het waarachtige licht dat ieder mens verlicht, komende in de wereld (vs 9)
  • Degene die hen die Hem aannemen, volmacht geeft, kind van God te worden (vs 12)
  • Het Woord dat mens geworden, vol van genade en waarheid (vs 14)
  • Degene die ons God doet kennen (vs 18)
  • Het Lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt (vs 29)
  • Degene die met de Heilge Geest doopt (vs 33)
  • De Zoon van God (vs 34)
  • Rabbi (vs 38)
  • De vanuit de hemel op aarde opgerichte verbinding met de hemel (vs 52)
  1. Ontmoeting van vijf latere volgelingen met Jezus
  • Andreas en (vermoedelijk) Johannes, Simon Petrus, Filippus en Natanael
  • In Hem ontmoeten zij Degene waarvan Torah en Nebi’im getuigen.
  • In Hem ontmoeten zij Iemand die hen al voor de eerste kennismaking kent.

Johannes maakt vanaf begin duidelijk dat het evangelie zich af speelt in de bedding van de Tenach, zie bijvoorbeeld:

  • εν αρχη; 1:1 –> Genesis 1: 1
  • φως - licht; σκοτι- - duisternis; begrippen uit Genesis 1: 2, 3
  • genade en waarheid; belangrijke begrippen als het om de Here God gaat worden betrokken op Jezus; וְרַב־חֶסֶד וֶאֱמֶת vgl. Joh. 1: 14 –> Ex. 34:6
  • Johannes de Doper aan wie gevraagd wordt of hij de Messias is, of de profeet, of Elia
  • Johannes de Doper die verwijst naar Jesaja 40: 3-5 (deze verzen spreken ook over de heerlijkheid van de Heer die zich zal openbaren)
  • Hij heeft onder ons Zijn tent opgeslagen (vs 14)
  • de ladder naar de hemel in vers 52

6.2 Studie 3: Johannes 2

Johannes 2: 1-11

1 Καὶ τῇ ἡμέρᾳ τῇ τρίτῃ γάμος ἐγένετο ἐν Κανὰ τῆς Γαλιλαίας, καὶ ἦν ἡ μήτηρ τοῦ Ἰησοῦ ἐκεῖ·
2 ἐκλήθη δὲ καὶ ὁ Ἰησοῦς καὶ οἱ μαθηταὶ αὐτοῦ εἰς τὸν γάμον.
3 καὶ ὑστερήσαντος οἴνου λέγει ἡ μήτηρ τοῦ Ἰησοῦ πρὸς αὐτόν· οἶνον οὐκ ἔχουσιν.
4[καὶ] λέγει αὐτῇ ὁ Ἰησοῦς· τί ἐμοὶ καὶ σοί, γύναι; οὔπω ἥκει ἡ ὥρα μου.
5 λέγει ἡ μήτηρ αὐτοῦ τοῖς διακόνοις· ὅ τι ἂν λέγῃ ὑμῖν ποιήσατε.
6 ἦσαν δὲ ἐκεῖ λίθιναι ὑδρίαι ἓξ κατὰ τὸν καθαρισμὸν τῶν Ἰουδαίων κείμεναι, χωροῦσαι ἀνὰ μετρητὰς δύο ἢ τρεῖς.
7 λέγει αὐτοῖς ὁ Ἰησοῦς· γεμίσατε τὰς ὑδρίας ὕδατος. καὶ ἐγέμισαν αὐτὰς ἕως ἄνω. 8 καὶ λέγει αὐτοῖς· ἀντλήσατε νῦν καὶ φέρετε τῷ ἀρχιτρικλίνῳ· οἱ δὲ ἤνεγκαν.
9 ὡς δὲ ἐγεύσατο ὁ ἀρχιτρίκλινος τὸ ὕδωρ οἶνον γεγενημένον καὶ οὐκ ᾔδει πόθεν ἐστίν, οἱ δὲ διάκονοι ᾔδεισαν οἱ ἠντληκότες τὸ ὕδωρ, φωνεῖ τὸν νυμφίον ὁ ἀρχιτρίκλινος
10 καὶ λέγει αὐτῷ· πᾶς ἄνθρωπος πρῶτον τὸν καλὸν οἶνον τίθησιν καὶ ὅταν μεθυσθῶσιν τὸν ἐλάσσω· σὺ τετήρηκας τὸν καλὸν οἶνον ἕως ἄρτι. 
11 Ταύτην ἐποίησεν ἀρχὴν τῶν σημείων ὁ Ἰησοῦς ἐν Κανὰ τῆς Γαλιλαίας καὶ ἐφανέρωσεν τὴν δόξαν αὐτοῦ, καὶ ἐπίστευσαν εἰς αὐτὸν οἱ μαθηταὶ αὐτοῦ.ὶ αὐτοῦ.

NBG 1 En op de derde dag was er een bruiloft te Kana in Galilea en de moeder van Jezus was daar;
2 en ook Jezus en zijn discipelen waren ter bruiloft genodigd.
3 En toen er gebrek aan wijn kwam, zeide de moeder van Jezus tot Hem: Zij hebben geen wijn.
4 En Jezus zeide tot haar: Vrouw, wat heb Ik met u van node? Mijn ure is nog niet gekomen.
5 Zijn moeder zeide tot hen, die bedienden: Wat Hij u ook zegt, doet dat!
6 Nu waren daar zes stenen watervaten neergezet volgens het reinigingsgebruik der Joden, elk met een inhoud van twee of drie metreten.
7 Jezus zeide tot hen: Vult de vaten met water. En zij vulden ze tot de rand.
8 En Hij zeide tot hen: Schept nu en brengt het aan de leider van het feest. En zij brachten het.
9 Toen nu de leider van het feest het water proefde, dat wijn geworden was – en hij wist niet, waar deze vandaan kwam, maar de bedienden, die het water geschept hadden, wisten het – riep de leider van het feest de bruidegom, en hij zeide tot hem:
10 Iedereen zet eerst de goede wijn op en als er goed gedronken is, de mindere; gij echter hebt de goede wijn tot dit ogenblik bewaard.
11 Dit heeft Jezus gedaan als begin van zijn tekenen te Kana in Galilea en Hij heeft zijn heerlijkheid geopenbaard, en zijn discipelen geloofden in Hem.

Op het eerste gezicht een wat oppervlakkige geschiedenis. Een bruiloft, de wijn is op, Jezus lost het op door zo’n ruim 600 liter10 water in wijn te veranderen. Feest gered. Toepassing: heb je een probleem in je leven, leg het voor aan Jezus en Hij zorgt voor je.
Nu gaan oppervlakkigheid en de bijbel niet goed samen. Dus nog maar eens lezen. Het laatste deel maakt duidelijk dat hier meer aan de hand is:

11 Ταύτην ἐποίησεν ἀρχὴν τῶν σημείων ὁ Ἰησοῦς ἐν Κανὰ τῆς Γαλιλαίας καὶ ἐφανέρωσεν τὴν δόξαν αὐτοῦ, καὶ ἐπίστευσαν εἰς αὐτὸν οἱ μαθηταὶ αὐτοῦ. 11 Dit heeft Jezus gedaan als begin van Zijn tekenen te Kana in Galilea en Hij heeft Zijn heerlijkheid geopenbaard en Zijn discipelen geloofden in Hem.

De SV spreekt over het beginsel van Zijn tekenen.
Dit teken is Zijn beginselverklaring.
Tekens hebben betekenis, die verwijzen ergens naar. Er ligt een beginsel achter de tekenen die Hij deed. En dat beginsel onthult Johannes aan het slot van het evangelie, 20: 30-31.

Laten wij nog eens lezen.

Wat als de wijn op is?

1 Καὶ τῇ ἡμέρᾳ τῇ τρίτῃ γάμος ἐγένετο ἐν Κανὰ τῆς Γαλιλαίας, καὶ ἦν ἡ μήτηρ τοῦ Ἰησοῦ ἐκεῖ·
2 ἐκλήθη δὲ καὶ ὁ Ἰησοῦς καὶ οἱ μαθηταὶ αὐτοῦ εἰς τὸν γάμον.

1 En op de derde dag was er een bruiloft te Kana in Galilea en de moeder van Jezus was daar;
2 en ook Jezus en zijn discipelen waren ter bruiloft genodigd.

De derde dag, niet helemaal duidelijk wat Johannes hier bedoelt. Eenvoudigste uitleg is ‘de derde dag van de week’, dinsdag dus. Volgens Ds. Vrijhof11 in het Jodendom een geschikte dag om te trouwen, omdat op de derde scheppingsdag twee keer gezegd wordt dat God zag dat het goed was. Op welke Joodse bron hij zich baseert is niet duidelijk.
Cohen Stuart (2003, p. 34-35) verwijst naar Bavli Ketoebot 3b.

The Gemara asks: What is the meaning of: The Sages were assiduous? (ijverig) It is as it is taught in a baraita: Due to what reason did the Sages in the mishna say that a virgin is married on Wednesday? It is so that if the husband had a claim concerning the bride’s virginity, he would go early the next day to court and make his claim. The baraita continues: But if that is the reason, let her marry on Sunday, as then too, if the husband had a claim concerning the bride’s virginity, he would go early the next day to court and make his claim. The Gemara answers: The Sages were assiduous in seeing to the well-being of Jewish women and preferred Wednesday, so that the husband would exert himself in arranging the wedding feast for three days, Sunday, Monday and Tuesday, and on Wednesday, he marries her.
The baraita continues: And from the time of danger and onward, the people adopted the custom to marry on Tuesday as well, and the Sages did not reprimand them. And on Monday one may not marry even in time of danger. However, if it is due to the coercion, it is permitted. The baraita concludes: One isolates the groom from the virgin bride, so that he will not engage in intercourse with her for the first time on Shabbat evening, because by rupturing the hymen he inflicts a wound, which is a labor prohibited on Shabbat.

De gangbare dag om te trouwen is de vierde dag, maar vanwege het gevaar dat de Romeinse overheerser de bruid wilde ontmaagden, werd een dag eerder getrouwd. Cohen Stuart (voetnoot op p. 35) suggereert dat dit de achtergrond is en het tekort aan wijn het gevolg zou kunnen zijn van het missen van de derde voorbereidingsdag.

Of heeft Johannes hier de derde dag genoemd, omdat dit in de Schrift de dag is van het aanbreken van Gods heil (Hosea 6: 1-2) en/ of een vooruitblik naar de opstanding ten derde dage en heeft hij hier voor de goede verstaander de hoofdlijn van zijn evangelie willen neerzetten. Dit gaat immers over het beginsel van de tekenen die Hij gedaan heeft.
De aandacht moet gaan naar het teken, naar wat deze geschiedenis te zeggen heeft, naar verwijst. Zoals hij de menigte voedt, om te laten zien dat Hij het brood des levens is en Lazarus doet opstaan omdat Hij de opstanding en het leven is.
Dit teken op de bruiloft te Kana is het begin(sel) van Zijn tekenen, Hij laat Zich kennen in dit teken.

Een bruiloft te Kana, in Galilea.

Jezus begint Zijn openbare optreden bij de dorpsbruiloft, in de provincie. In het noorden van het land, domein van de 10 stammen. Hij is gekomen om de verloren schapen van het huis van Israel bijeen te brengen en vanaf begin is het duidelijk dat dit de verloren kinderen van alle stammen van Israel betreft.
Hosea profeteerde voornamelijk in Israel, de tien stammen. Een bruiloft in het gebied van de tiens stammen, onwillekeurig doet het denken aan de profetie van Hosea 2: 19.

Ik zal u mij tot bruid werven voor eeuwig. Ik zal u Mij tot bruid werven– door gerechtigheid- en recht-, door goedertierenheid- en ontferming-.

en de moeder van Jezus was daar;

vermoedelijk een bruiloft in de familie of naaste kennissenkring.

en ook Jezus en zijn discipelen waren ter bruiloft genodigd.

Jezus en Zijn leerlingen waren ook op de bruiloft uitgenodigd (kaleo). Bijzondere vermelding. Jezus uitgenodigd op een bruiloft. Hopelijk voor de hele bruiloft.
Vgl. predikant die uitgenodigd wordt, na de maaltijd gevraagd wordt te bidden en dan geacht wordt op te krassen, omdat hij niet hoeft te weten wat daarna gebeurt.
Voor ons geldt: nodig Jezus niet alleen uit op de hele bruiloft, maar ook voor je hele huwelijk.
En voor wie niet getrouwd is, nodig Hem niet zo af en toe voor eventjes uit, maar voor je hele leven.
(Ook wonderlijke dat als dit paar dagen na voorgaande roeping van de eerste discipelen plaats vond, deze al op de bruiloft waren uitgenodigd.)

Wonderlijk blijft het wel; eerste optreden van Jezus vond plaats op een bruiloft. Goede les voor de degenen die denken dat geloof vooral zwaar en ernstig is; Jezus begint Zijn openbare optreden op een bruiloft.
Wat hier ook uit geleerd kan worden: een huwelijk is belangrijk in Zijn ogen. Logisch ook wel, want wie heeft het huwelijk bedacht? Wat overigens niet betekent dat je als niet getrouwde een mindere positie zou hebben.

Terug naar waar het om gaat, het teken.
De bijbel spreekt veel over het huwelijk als beeld van het verbond tussen de Here God en Zijn volk Israel. En in het NT wordt de relatie tussen Christus en de gemeente ook door een huwelijk voorgesteld. Het huwelijk als beeld van de relatie tussen de Eeuwige en Zijn volk, moet je dan ook altijd in je achterhoofd houden als er sprake is van een huwelijk in de bijbel.

3 καὶ ὑστερήσαντος οἴνου λέγει ἡ μήτηρ τοῦ Ἰησοῦ πρὸς αὐτόν· οἶνον οὐκ ἔχουσιν.

3 En toen er gebrek aan wijn kwam, zeide de moeder van Jezus tot Hem: Zij hebben geen wijn.

Het staat er wat korter in de tekst:

(SV) En toen er wijn ontbrak, zei de moeder van Jezus tot Hem: Zij hebben geen wijn.

Wijn beeld van de vreugde; geen wijn: einde van de vreugde. Het feeest zal als een nachtkaars uitgaan. Het feest van het verbond dreigt als een nachtkaars uit te gaan.
Wijnstok en vijgeboom, beelden van het leven zoals door God bedoeld is. De wijn is op, het is niet meer zoals bedoeld.
Hoeveel mensen maken dat in hun huwelijk of in hun leven niet mee? De wijn is op. De vreugde is weg. Het sprankelende is eraf. Het leven is eruit.
Het kan het probleem ven een gemeente zijn, de wijn is op; het sprankelende is eraf, het leven lijkt geweken.
Het is het probleem van Israel in die tijd; wat Johannes in H1 beschrijft: >Hij kwam tot het Zijne, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.

Triest voor een verbondskind als deze vreugde weg is.
Als u dat herkent in uw leven, doe dan wat de moeder van Jezus deed, ga naar Hem, toe en zeg: er is geen wijn.

4[καὶ] λέγει αὐτῇ ὁ Ἰησοῦς· τί ἐμοὶ καὶ σοί, γύναι; οὔπω ἥκει ἡ ὥρα μου.

4 En Jezus zeide tot haar: Vrouw, wat heb Ik met u van node? Mijn ure is nog niet gekomen. (NBG)
4 ‘Wat wilt u van me?’ zei Jezus. ‘Mijn tijd is nog niet gekomen.’(NBV)

‘Vrouw’ klinkt afstandelijk, maar vgl. hoe Jezus zijn moeder aanspreekt bij de kruisiging (19: 26).

Ἰησοῦς οὖν ἰδὼν τὴν μητέρα καὶ τὸν μαθητὴν παρεστῶτα ὃν ἠγάπα, λέγει τῇ μητρί Γύναι, ἴδε ὁ υἱός σου.

‘Mijn ure is nog niet gekomen.’
‘Mijn ure’ en ‘Mijn tijd’, woorden die een belangrijke rol spelen bij Johannes.
Aantal keer lezen wij dat Zijn ure nog niet gekomen was (7: 6, 8, 30, 8: 20); vanaf 12: 23 is Zijn ure gekomen en spreekt Hij over Zijn verheerlijking door Zijn sterven en opstanding (ook 12: 27; 13: 1).

Beetje mysterieus antwoord. “Wat heb Ik met u van doen, vrouw?” Het klinkt in onze oren zo afstandelijk; heel anders dan die andere keer dat Hij haar met ‘vrouw’ aanspreekt, hangend aan het kruis: ‘vrouw zie uw zoon.’ Mijn tijd is nog niet gekomen.

5 λέγει ἡ μήτηρ αὐτοῦ τοῖς διακόνοις· ὅ τι ἂν λέγῃ ὑμῖν ποιήσατε.

5 Zijn moeder zeide tot hen, die bedienden: Wat Hij u ook zegt, doet dat!_ (NBG)
5 Daarop sprak zijn moeder de bedienden aan: ‘Doe maar wat hij jullie zegt, wat het ook is.’ (NBV)

Op een of andere manier heeft Zijn moeder iets anders gehoord. En zij heeft blijkbaar iets te vertellen op het feest; kan opdrachten geven.

6 Nu waren daar zes stenen watervaten neergezet volgens het reinigingsgebruik der Joden, elk met een inhoud van twee of drie metreten. (NBG)
6 Nu stonden daar voor het Joodse reinigingsritueel zes stenen watervaten, elk met een inhoud van twee à drie metrete.

Nodig om bijvoorbeeld de handen te wassen, zoals dat nu nog steeds gebruikelijk is onder gelovige Joden voor de maaltijd. Niet zozeer om het vuil eraf te wassen, maar heeft vooral een geestelijke betekenis. Zoals de priester zich reinigt voordat hij het heiligdom inging, zo reinigt de gelovige zichzelf voordat hij aan tafel gaat; de maaltijd wordt zo geheiligd, aan God opgedragen. Het alledaagse wordt geheiligd.

7 Jezus zeide tot hen: Vult de vaten met water. En zij vulden ze tot de rand.
8 καὶ λέγει αὐτοῖς· ἀντλήσατε νῦν καὶ φέρετε τῷ ἀρχιτρικλίνῳ·

8 En Hij zeide tot hen: Schept nu en brengt het aan de leider van het feest. En zij brachten het.

Vreemde opdracht; stel je voor dat je daar bediende was op dat feest. Dit slaat nergens op wat hier gebeurt. En die bedienden doen dat op het gezag van de woorden van Jezus’ moeder, van wie wij weten dat zij Mirjam (Maria) heet. Opmerkelijke vermelding: tot de rand.
Les: als Jezus spreekt, doe alles wat Hij zegt.

9 Toen nu de leider van het feest het water proefde, dat wijn geworden was – en hij wist niet, waar deze vandaan kwam, maar de bedienden, die het water geschept hadden, wisten het – riep de leider van het feest de bruidegom, en hij zeide tot hem:
10 Iedereen zet eerst de goede wijn op en als er goed gedronken is, de mindere; gij echter hebt de goede wijn tot dit ogenblik bewaard.
11 Dit heeft Jezus gedaan als begin van zijn tekenen te Kana in Galilea en Hij heeft zijn heerlijkheid geopenbaard, en zijn discipelen geloofden in Hem. (NBG)

9 En toen de ceremoniemeester het water dat wijn geworden was, proefde-hij wist niet waar die vandaan kwam, maar de bedienden die het water geschept hadden wisten het wel riep hij de bruidegom
10 en zei tegen hem: ‘Iedereen zet zijn gasten eerst de goede wijn voor en als ze dronken zijn de minder goede. Maar u hebt de beste wijn tot nu bewaard!’ (NBV)

Doen wat Jezus zegt, levert de beste wijn. De ceremoniemeester snapt er ook niets van; hij denkt dat de bruidegom het beste voor het laatste bewaard heeft, wat duidelijk niet de gewoonte is.
Niemand vond het blijkbaar nodig om hem te vertellen waar die wijn vandaan kwam.
En dan eindigt dit deel met de opmerking dat dit het begin(sel) is van Zijn tekenen en dat Hij Zijn heerlijkheid heeft geopenbaard (openbaar gemaakt) end at Zijn discipelen in Hem geloofden.
Dat geloof van die discipelen betreft het geloof dat Jezus de Messias is, de hoop van de kinderen van Israel, Mensenzoon en Zoon van God, verbinding tussen aarde en een geopende hemel. Hoop van de zonen van Israel in donkere tijden (Genesis 28: 11).

Hier moeten wij het wat betreft dit begin(sel) van Zijn tekenen mee doen.

Een paar vragen worden niet beantwoord:
- Hoe heetten de bruid en de bruidegom? - Hoe zag de bruid eruit?

Andere vragen stemmen tot nadenken

  • Waarom in de bijbel?
  • Waarom zo aan het begin van het evangelie naar Johannes?
  • Wat leren wij hier eigenlijk over Jezus?

Verschillende lessen zijn er te trekken:

  • op het niveau van lezen wat er staat; eerste teken bij een huwelijk; huwelijk is belangrijk in Gods ogen
  • luisteren naar Jezus geeft vreugdevolle resultaten; zelfs in donkere perioden in je leven; de bijbel heeft het over vreugde die het verstand te boven gaat; de wijn na de periode dat de wijn op is, smaakt zelfs beter
  • het beste wordt voor het laatst bewaard; belangrijk teken in deze geschiedenis: Jezus bewaart het beste voor het laatst; het leven met Jezus nu is prachtig het beste wat er voor nu is en toch ….. het is een voorproef van wat komt; Openbaring 19: 6-7
  • diepere laag: bruiloften zijn beeld van Gods verbond met Zijn volk, met Zijn volk Israel, een verbond dat niet als een nachtkaars uit is gegaan of zal gaan
  • met Zijn volk de gemeente; Jezus is gekomen als Degene die op de derde dag het verbondsfeest redt
  • verder terug; het bijbels huwelijk gaat terug op Genesis 2: 20-24; en wat is het eerste dat stuk gaat in Genesis 3 als gevolg van het werk van satan? Het huwelijk. En wat is het eerste teken van Jezus, het redden van een huwelijksfeest. Hij komt om te herstellen wat in het paradijs kapot is gegaan. Ziet u het teken?
  • wie met Jezus op weggaat, zoals deze eerste discipelen, maakt veel mee, dat alles staat in het teken van Kana, herstel van wat kapot is gemaakt, op weg naar wat Hij voor het laatst bewaard heeft, het grote bruiloftsfeest, Op. 19: 6-7.

6 En ik hoorde als een stem van een grote schare en als een stem van vele wateren en als een stem van zware donderslagen, zeggende: Halleluja! Want de Here, onze God, de Almachtige, heeft het koningschap aanvaard.
7 Laten wij blijde zijn en vreugde bedrijven en Hem de eer geven, want de bruiloft des Lams- is gekomen en zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt
8 en haar is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligen.

6.3 Tempelreiniging

Johannes 2

12Μετὰ τοῦτο κατέβη εἰς Καφαρναοὺμ αὐτὸς καὶ ἡ μήτηρ αὐτοῦ καὶ οἱ ἀδελφοὶ [αὐτοῦ] καὶ οἱ μαθηταὶ αὐτοῦ καὶ ἐκεῖ ἔμειναν οὐ πολλὰς ἡμέρας.
 13Καὶ ἐγγὺς ἦν τὸ πάσχα τῶν Ἰουδαίων, καὶ ἀνέβη εἰς Ἱεροσόλυμα ὁ Ἰησοῦς.
 14Καὶ εὗρεν ἐν τῷ ἱερῷ τοὺς πωλοῦντας βόας καὶ πρόβατα καὶ περιστερὰς καὶ τοὺς κερματιστὰς καθημένους, 15καὶ ποιήσας φραγέλλιον ἐκ σχοινίων πάντας ἐξέβαλεν ἐκ τοῦ ἱεροῦ τά τε πρόβατα καὶ τοὺς βόας, καὶ τῶν κολλυβιστῶν ἐξέχεεν τὸ κέρμα καὶ τὰς τραπέζας ἀνέτρεψεν, 16καὶ τοῖς τὰς περιστερὰς πωλοῦσιν εἶπεν· ἄρατε ταῦτα ἐντεῦθεν, μὴ ποιεῖτε τὸν οἶκον τοῦ πατρός μου οἶκον ἐμπορίου. 17ἐμνήσθησαν οἱ μαθηταὶ αὐτοῦ ὅτι γεγραμμένον ἐστίν· ὁ ζῆλος τοῦ οἴκου σου καταφάγεταί με.
 18Ἀπεκρίθησαν οὖν οἱ Ἰουδαῖοι καὶ εἶπαν αὐτῷ· τί σημεῖον δεικνύεις ἡμῖν ὅτι ταῦτα ποιεῖς;
 19ἀπεκρίθη Ἰησοῦς καὶ εἶπεν αὐτοῖς· λύσατε τὸν ναὸν τοῦτον καὶ ἐν τρισὶν ἡμέραις ἐγερῶ αὐτόν.
 20εἶπαν οὖν οἱ Ἰουδαῖοι· τεσσεράκοντα καὶ ἓξ ἔτεσιν οἰκοδομήθη ὁ ναὸς οὗτος, καὶ σὺ ἐν τρισὶν ἡμέραις ἐγερεῖς αὐτόν;
 21ἐκεῖνος δὲ ἔλεγεν περὶ τοῦ ναοῦ τοῦ σώματος αὐτοῦ.
 22ὅτε οὖν ἠγέρθη ἐκ νεκρῶν, ἐμνήσθησαν οἱ μαθηταὶ αὐτοῦ ὅτι τοῦτο ἔλεγεν, καὶ ἐπίστευσαν τῇ γραφῇ καὶ τῷ λόγῳ ὃν εἶπεν ὁ Ἰησοῦς.
 23Ὡς δὲ ἦν ἐν τοῖς Ἱεροσολύμοις ἐν τῷ πάσχα ἐν τῇ ἑορτῇ, πολλοὶ ἐπίστευσαν εἰς τὸ ὄνομα αὐτοῦ θεωροῦντες αὐτοῦ τὰ σημεῖα ἃ ἐποίει·
 24αὐτὸς δὲ Ἰησοῦς οὐκ ἐπίστευεν αὐτὸν αὐτοῖς διὰ τὸ αὐτὸν γινώσκειν πάντας 25καὶ ὅτι οὐ χρείαν εἶχεν ἵνα τις μαρτυρήσῃ περὶ τοῦ ἀνθρώπου· αὐτὸς γὰρ ἐγίνωσκεν τί ἦν ἐν τῷ ἀνθρώπῳ.

12 Daarna daalde Hij af naar Kafarnaüm, Hij, zijn moeder en zijn broeders en zijn discipelen, en zij bleven daar niet vele dagen.

Overgang naar volgende episode. Niet alleen Zijn moeder, maar ook Zijn broers worden nu vermeld; zij hebben dat begin van Zijn tekenen blijkbaar ook gezien.
>13 Καὶ ἐγγὺς ἦν τὸ πάσχα τῶν Ἰουδαίων, καὶ ἀνέβη εἰς Ἱεροσόλυμα ὁ Ἰησοῦς.
>13 En het Pascha der Joden was nabij en Jezus ging op naar Jeruzalem.

Op het eerste gezich een simpele aanduiding, Jezus trekt op naar Jeruzalem vanwege een van de grote pelgrimsfeesten. Totdat de commentaren ermee aan degang gaan.

IdR Met de aanduiding ‘het Pascha van de Joden’ (6: 4; 11: 55) geeft Johannes tevens aan dat het daarbij gaat om een joods feest, waaraan hij, op het moment dat hij dit op schrift stelt, als christen geen deel meer heeft.
Korte Veklaring Het Paasfeest der Joden, een anthithetische aanduiding van een Christelijke schrijver en voor Christenen, om de aandacht te vestigen op het feit van de principiele kloof en scheiding ook hier tussen Joodse en Christelijke feesten.

Je kunt het wellicht zo lezen, maar is dat hoe de Jood Johannes het bedoeld heeft? Is dit niet gevolg van lezen door een vervangingstheologie bril?
David Stern vertaalt ‘the Pesach of the Judeans’; hij besteedt in zijn commentaar uitgebreid aandacht aan de vertaling van -Ιουδαιος-, mede omdat het in het evangelie van Johannes vaak een negatieve klank heeft. Sterns hypothese is dat het bij Johannes veel eer om kringen binnen de Judeeers gaat dan om Joden in het algemeen.
Zeker ook op basis van wat volgt, dient hier voorzichtig gelezen te worden. Jezus reinigt de tempel; in lijn met de aangehaalde commentaren zou je kunnen spreken van de Joodse tempel waar een christen toch niets mee te doen had.

14 En Hij vond in de tempel de verkopers van runderen en schapen en duiven, en de wisselaars, die daar zaten.

Johannes kent de Torah, runderen voor de brandoffers (Lev. 1), schapen voor de vredeoffers (Lev. 3), duiven als offerdieren voor de armen (Lev. 12: 7, 8).
Geldwisselaars, om Romeinse munten te wisselen tegen munten die voor de tempelbelasting (Ex. 30: 13-16) gebruikt konden worden.

15 En Hij maakte een zweep van touw en dreef allen uit de tempel, de schapen en de runderen; en het geld van de wisselaars wierp Hij op de grond en hun tafels keerde Hij om.
16 En tot de duivenverkopers zeide Hij: Neemt dit alles hier vandaan, maakt het huis mijns Vaders niet tot een verkoophuis.

In de commentaren over deze verzen wordt nadruk gelegd op het marktkarakter en worden de wisselaars van woekerwinsten beschuldigd. De tekst legt er de nadruk op dat het in de tempel gebeurde, iets wat bevestigd wordt in de Joodse bronnen (Mischna Shekalim 5: 3, 6: 5, 7: 2; zie Stern op Mat. 21: 12).
Dit eerste optreden dat Johannes verhaald, moet wel indruk gemaakt hebben. Stel je voor dat iemand de muziekinstrumenten van de band de kerk uitkiepert, of het podium afbreekt, of welke ander ritueel wij ook maar hebben bedacht om de boel mooier en makkelijker te maken.
De duivenverkopers worden met hun handel eruit gezet (de duiven worden niet losgelaten ofzo).
Jezus’ argument: maak het huis van Mijn Vader niet tot een handelshuis. Waarom benadrukken de commentaren niet het belang van de tempel in Jezus’ oog.
Met deze scene in gedachten krijgen de woorden van Jezus over de vernietiging van de tempel een veel meer dramatische lading (bijv. Matt. 24: 1-2).

17 En zijn discipelen herinnerden zich, dat er geschreven is: De ijver voor uw huis zal Mij verteren.

Een aanhaling uit Psalm 69: 9.

18 De Joden dan antwoordden en zeiden tot Hem: Welk teken toont Gij ons, dat Gij dit moogt doen?

Natuurlijk roept Zijn optreden vragen op. ‘De Joden’, staat natuurlijk niet voor alle Joden. De vertaling ‘Judeeers’ laat dat al beter uitkomen, zonder de tekst geweld aan te doen.

19 Jezus antwoordde en zeide tot hen: Breekt deze tempel af en binnen drie dagen zal Ik hem doen herrijzen.

De ijver voor het huis van de Vader zal Hem verteren, zal leiden tot het afbreken van de tempel van Zijn Lichaam. Zijn Lichaam is ook een tempel. Misschien ligt er iets in deze woorden als ‘deze tempel, i.e. Mijn Lichaam, zal afgebroken worden en binen drie dagen weer herrijzen’. Die drie dagen kan dan zelfs verbonden worden met het bruiloftsfeest van 2: 1.

20 De Joden dan zeiden: Zesenveertig jaren is over deze tempel gebouwd en Gij zult hem binnen drie dagen doen herrijzen?

Stern 20 It took 46 years to build this Temple. King Herod the Great (see Mt 2:1 N) began the remodeling of the Second Temple complex around 19-20 B.C.E. About two years were spent in preparation, which may not be included in the “46 years” of the present verse; so that this incident could have taken place any time between 26 and 30 C.E. Herod’s Temple may not have been entirely finished when it was destroyed by the Romans in 70 C.E.

21 Maar Hij sprak van de tempel zijns lichaams.

Dat zou ik ook niet begrepen hebben.

22 Toen Hij dan opgewekt was uit de doden, herinnerden zijn discipelen zich, dat Hij dit gezegd had, en zij geloofden de Schrift en het woord, dat Jezus gesproken had.

Opnieuw maakt Johannes het doel van zijn beschrijving van Jezus’ leven duidelijk, dat de lezers/ hoorders, net als de discipelen, geloven in Jezus (20: 28). Hoewel: zij geloofden in de Schrift en het woord dat Jezus gesproken had, m.a.w. zij erkenden Hem als Degenen van wie de Schriften getuigen en erkennen Zijn Woord hetzelfde gezag toe als de Schriften, de Tenach.

23 En terwijl Hij te Jeruzalem was, op het Paasfeest, geloofden velen in zijn naam, doordat zij zijn tekenen zagen, die Hij deed;

Het zijn niet alleen de discipelen, maar op dit feest zijn het velen die in Zijn Naam geloven, ziende de tekenen die Hij deed.
Wonderlijk is dat wij niet lezen over een ander teken dan het schoonvegen van het tempelplein. Wie geen verdere voorkennis heeft dan de eerste twee hoofdstukken van Johannes, heeft gehoord dat (1) Jezus de mens voor de kennsimaking al kent en gezien heeft, (2) voorkomt dat een bruiloftsfeest als een nachtkaars uitgaat en (3) Hij de tempel reinigt.
De aanwezigen in Jeruzalem hebbn dat laatste teken meegemaakt. Geloofden zij daarom in Hem, of moeten wij met de meeste commentaren aannemen dat Jezus tijdens dat feest zieken genezen en bezetenen bevrijd heeft en men om die tekenen in Hem geloofden? Maar waarom vertelt Johannes dat dan niet?

24 maar Jezus zelf vertrouwde Zichzelf hun niet toe, omdat Hij hen allen kende
25 en omdat het voor Hem niet nodig was, dat iemand van de mens getuigde; want Hij wist zelf, wat in de mens was.

Dat laatste wisten wij al uit de ontmoetingen beschreven in hoofdstuk 1.
Zichzelf toevertrouwen aan de mensen moest wachten tot Zijn ure gekomen is.

Bronnen

https://dick.wursten.be/preken/preek_Joh2_1-11.htm

Cohen Stuart, G. (2003). Joodse Feesten en Vasten. Ten Have.