4 Ontmoetingen met Jezus (1)

Gemeente Datum
CG De Bron Bodegraven 2020-10-08

Drie studies over ontmoetingen met Jezus.
Vraag: welke ontmoeting met Jezus denk jij aan als je dit thema hoort?
Vraag: hoe heb jij Jezus ontmoet?

4.1 Studie 1: Johannes 1

Vier evangelieen, beschrijvingen van het leven van Jezus.
Doel: Jezus leren kennen. Johannes 20: 30-31
Doel andere evangelieschrijvers komt daarmee overeen (Lucas is specifiek in zijn doelstelling, zie Lucas 1: 1-4)
Hoe introduceren de evangelisten Jezus?

  • Mattheus; geslachtsregister; Zoon van David, Zoon van Abraham; doorgaande lijn van Gods handelen
  • Lukas; Elisabeth en Zacharias; Maria; profetische lofzangen van Zacharias en Maria; plaatst Hem in de doorgaaande lijn van Gods handelen
  • Markus; begint met de Jesaja profetie van de stem in de woestijn die roept ‘Bereidt de weg van de Heer’

En Johannes?

1 In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.
2 Dit was in den beginne bij God.
3 Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is.

Johannes neemt ons met de eerste woorden mee terug naar Genesis 1: 1.
Spreuken 8: 22; de wijsheid is geschapen voor al het andere; ‘Zoals wanneer een kasteel gebouwd wordt, gekeken wordt in allerlei boeken om te ween hoe dat rte doen, zo keek De Eeuwige in de Torah en schiep de wereld.’ (Bereshis Rabba 1: 1; aangehaald in Artscroll Tenach Mishlei bij 8: 22)

De Joodse overlevering zegt ook dat een aantal zaken aan de schepping vooraf gingen (over aantal is geen eenduidigheid); o.a. wordt genoemd dat de Torah en de Naam van de Messias. Zie Artscroll Tenach Mishlei bij 8: 22) Johannes lijkt deze gedachte op te pakken.
Logos (Woord) is geen Grieks filosofisch begrip, maar verwijst naar Wijsheid uit Spreuken 8: 22.
Johannes introduceert zo Jezus (20: 30-31) als Gods Wijsheid, die van voor de schepping bestaat. Denk ook aan uitspraken van Jezus in het Johannes evangelie als ‘eer Abraham was, Ik ben’.

-ειπεν– αυτοις- ιησους- αμην- αμην- λεγω– υμιν- πριν- αβρααμ- γενεσθαι– εγω- ειμι– (8: 58)

4 In het Woord was leven en het leven was het licht der mensen;
5 en het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet gegrepen.

De begrippen ‘leven’ en licht’ bepalen ons opnieuw bij de geschiedenis van de schepping, Genesis 1. Begrippen die ook later in het evangelie terugkomen en betrokken worden op Jezus Messias (het brood des levens H6, het licht der wereld H8).
Licht en duisternis, begrippen die belangrijk zijn in Genesis 1 en die bij Johannes nog al eens terugkomen.

κατελαβεν -κατα–λαμβανω gegrepen: overdrachtelijk, vatten met de geest, dat is begrijpen (Harting)

De duisternis heeft het licht niet gepakt.

6 Er trad een mens op, van God gezonden, wiens naam was Johannes;
7 deze kwam als getuige om van het licht te getuigen, opdat allen door hem geloven zouden.
8 Hij was het licht niet, maar was om te getuigen van het licht.

Dit gaat over Johannes de Doper.

9 Het waarachtige licht, dat ieder mens verlicht, was komende in de wereld.
10 Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem geworden, en de wereld heeft Hem niet gekend.
11 Hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen.
12 Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven; 13 die niet uit bloed, noch uit de wil des vlezes, noch uit de wil eens mans, doch uit God geboren zijn.

Hier komt Johannes met waar het hem omgaat (20: 30-31); zijn lezers overtuigen Het Woord aan te nemen. Merk op, dat de naam Jezus nog niet gevallen is.

vs 12; aannemen (λαμβανω-) macht = volmacht
in Zijn Naam geloven; geloven in de bijbel is vertrouwen; maar wat is die Naam dan?

14 Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid.
15 Johannes heeft van Hem getuigd en heeft geroepen, zeggende: Deze was het, van wie ik zeide: Die na mij komt, is vóór mij geweest, want Hij was eer dan ik.
16 Immers uit zijn volheid hebben wij allen ontvangen zelfs genade op genade;
17 want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn door Jezus Christus gekomen.

vs 14
Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons Zijn tent opgeslagen; verwijzing naar de tabernakel; tabernakel: God woont temidden van Zijn volk en trekt met hen op; een loofhut wordt ook een tent/ tabernakel genoemd (vgl. Engelse feast of tabernacles)
Zijn heerlijkheid; ook zo’n beladen begrip uit het OT (kavod); zie o.a. Ex. 33: 22 genade en waarheid; chesed we emet; begrippen die op God betrekking hebben; o.a. in Ex. 34: 6; de combinatie chesed we emet komt in de Psalmen 15 keer voor (bijv. Ps. 25: 10; 117; zoek op strongs 02617 & 0571)

vs 15;
Johannes de Doper; Hij was eer dan ik, ziet op het Woord dat van eeuwigheid bestaat; het ‘is voor mij geweest’ kan betekenen hoger in rang, want wat eerder was, staat in Joods denken hoger dan wat later komt

vs 16
>-οτι- εκ- του- πληρωματος- αυτου- ημεις- παντες- ελαβομεν– και- χαριν- αντι- χαριτος-

vs 17;
>οτι- ο- νομος- δια- μωυσεως- εδοθη– η- χαρις- και- η- αληθεια- δια- ιησου- χριστου- εγενετο–

Geen tegenstelling tussen de wet van Mozes en de genade en de trouw die door Jezus zijn geworden.
Hier valt de Naam Jezus Christus, hier krijgt het Woord een Naam, hier krijgt het Licht een Naam.
Hier vindt de ontmoeting van de lezer met Jezus Messias plaats.

18 Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen.

Opnieuw een verwijzing naar Ex. 33 en 34, de verschijning van Gods heerlijkheid aan Mozes.

19 En dit was het getuigenis van Johannes, toen de Joden uit Jeruzalem priesters en Levieten tot hem zonden om hem te vragen: Wie zijt gij?
20 En hij beleed en ontkende het niet; en hij beleed: Ik ben de Christus niet.
21 En zij vroegen hem: Wat dan? Zijt gij Elia? En hij zeide: Ik ben het niet. Zijt gij de profeet? En hij antwoordde: Neen.
22 Zij zeiden dan tot hem: Wie zijt gij? Wij moeten toch antwoord geven aan hen, die ons gezonden hebben; wat zegt gij van uzelf?
23 Hij zeide: Ik ben de stem van een die roept in de woestijn: Maakt recht de weg des Heren, gelijk de profeet Jesaja gesproken heeft.

‘De Joden uit Jeruzalem’. Zie Stern die hier Judeers vertaalt en een heel artikel besteed aan de betekenis van het gebruikte Griekse woord in het NT. Het evangelie van Johannes wordt wel eens aangeduid als een antisemitische tekst, terwijl het duidelijk is dat met het woord Joden, niet alle Joden zijn bedoeld; Jezus en ijn volgelingen waren zelf immers Joods.
Priesters en Levieten uit Jeruzalem komen bij Johannes.
Vergelijk het antwoord van de discipelen aan Jezus in Mattheus 16.
En vergelijk het begin van het Markus.

24 En er waren sommigen afgezonden uit de Farizeeën.
25 En zij vroegen hem en zeiden tot hem: Waarom doopt gij dan, indien gij de Christus niet zijt, noch Elia, noch de profeet?
26 Johannes antwoordde hun en zeide: Ik doop met water; midden onder u staat Hij, van wie gij niet weet,
27 Hij, die na mij komt, wiens schoenriem ik niet waardig ben los te maken.
28 Dit geschiedde te Betanië over de Jordaan, waar Johannes doopte.

Let op de plaatsbepaling. In het overjordaanse (vermoedelijk ter hoogte van Jericho; onlangs is daar een doopcentrum gemaakt bekostigd door de Jordaanse koning).

29 De volgende dag zag hij Jezus tot zich komen en zeide: Zie, het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt.

De echte introductie van Jezus Messias.
Hier lig een link naar de binding van Isaak in Genesis 22, naar Jesaja 53, naar de offers die in de tempel werden gebracht, i.h.b. op Grote Verzoendag

30 Deze is het, van wie ik zeide: Na mij komt een man, die vóór mij geweest is, want Hij was eer dan ik.
31 En zelf wist ik niet van Hem, maar opdat Hij aan Israël zou geopenbaard worden, daarom kwam ik dopen met water.

Het doel van Johannes: Israel bekend maken met Zijn Messias.

32 En Johannes getuigde en zeide: Ik heb aanschouwd, dat de Geest nederdaalde als een duif uit de hemel, en Hij bleef op Hem. 33 En ik kende Hem niet, maar Hij, die mij gezonden had om te dopen met water, die had tot mij gezegd: Op wie gij de Geest ziet nederdalen en op Hem blijven, deze is het, die met de heilige Geest doopt. 34 En ik heb gezien en getuigd, dat deze de Zoon van God is.

Vs 34 is de samenvatting van Johannes’ inleiding. Zie opnieuw 20: 30-31.

35 De volgende dag stond Johannes daar weer met twee van zijn discipelen.
36 En toen hij Jezus zag gaan, zeide hij: Zie, het lam Gods!
37 En de twee discipelen hoorden hem dat zeggen en volgden Jezus.
38 Maar Jezus keerde Zich om en zag, dat zij Hem volgden, en Hij zeide tot hen:
39 Wat zoekt gij? Zij zeiden tot Hem: Rabbi – wat, vertaald, wil zeggen: Meester –, waar houdt Gij verblijf?
40 Hij sprak tot hen: Komt en gij zult het zien. Zij kwamen dan en zagen, waar Hij verblijf hield, en zij bleven die dag bij Hem; het was omstreeks het tiende uur.

De eerste volgelingen en spreken Hem aan met Rabbi. Dit is de titel die Hij in Johannes vaker krijgt. Jezus het vleesgeworden woord heeft de gestalte van een mens aangenomen; heeft onder ons als Joodse Rabbi gewoond.

Johannes de Doper wijst twee van zijn leerlingen op Hem en prompt is hij ze kwijt, want ze volgen Jezus.
Eerste woorden van Jezus in het evangelie naar Johannes zijn de woorden tot deze twee, Andreas en (vermoedelijk) Johannes, “wat zoek je?”. Joods als ze zijn, stellen ze een tegenvraag “waar verblijft u?”. Met andere woorden, waar kunnen wij U vinden? Waar kunnen wij naar u als Rabbi komen luisteren? En Jezus antwoord is “kom en zie”. En dan is de tekst heel summier: “zij komen, zien waar Hij verblijft en zij verblijven bij Hem die dag.” Een dag die hun leven veranderd heeft, dat blijkt uit het vervolg. Johannes weet zelfs te melden hoe laat dit gebeurde; zoals sommigen dag en uur van hun bekering precies kennen. Deze beschrijving roept de vraag op wat ze gezien hebben, want de tekst vermeldt het niet. Maar dat het levensveranderend is geweest, dat is zeker.

41 Andreas, de broeder van Simon Petrus, was een van de twee, die het van Johannes gehoord hadden en Hem gevolgd waren;
42 deze vond eerst zijn broeder Simon en zeide tot hem: Wij hebben gevonden de Messias, wat betekent: Christus.

En wat ook zeker is, is dat deze ontmoeting iets in gang zet. Andreas vindt zijn broer Simon (Petrus) en zegt Hem de Messias gevonden te hebben. Mooi is dat verwoord toch. Jezus vroeg: wat zoekt u? Daar konden ze niet echt een antwoord op geven. Maar ze weten wel wie ze gevonden hebben, de Messias. Alsof de tekst duidelijk maakt, dat Jezus de vraag wat zij zochten voor hen beantwoord heeft. Mooie gedachte, Jezus weet waar je ten diepste naar op zoek bent, naar Hem de Messias, de Gezalfde van God.

Samenvattend.
Zo ontmoet de lezer Hem in de proloog van het evangelie an Johannes.

  • Het waarachtige licht dat ieder mens verlicht, komende in de wereld (vs 9)
  • Degene die hen die Hem aannemen, volmacht geeft, kind van God te worden (vs 12)
  • Het Woord dat mens geworden, vol van genade en waarheid (vs 14)
  • Degene die ons God doet kennen (vs 18)
  • Het Lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt (vs 29)
  • Degene die met de Heilge Geest doopt (vs 33)
  • De Zoon van God (vs 34)
  • Rabbi (vs 38)