2 Israel (2)

Gemeente Datum
EGM Scheveningen 2020-11-18

2.1 Terugblik studie (1)

Samenvattende opmerkingen eerste studie:

  • Opkomst Messiaanse beweging en ontstaan Messiaanse gemeenten
  • Israel in Gods scheppingsplan (Efeze 1)
    • Een apart gezet volk temidden van de volken; tot zegen van de rest Genesis 12)
    • Een koninkrijk van priesters; er was discussie of deze opdracht nog geldt; (Exodus 19: 5-6)
  • De gang van Gods volk Israel is rode draad in OT
  • De missie van het volk roept voortdurende weerstand op bij de volken
  • Het volk is niet altijd succesol geweest in uitvoering van de missie
  • Land en stad (de plaats die de Here uw God verkiezen zal) nemen belangrijke plaats in, in de Tenach; in Torah, Nebi’im en Ketub’im

Na Maleachi (ca. 425 v. Chr) zwijgen de profeten. Het Jodendom, Judaïsme had zich wel verder ontwikkeld, in het bijzonder in de Babylonische ballingschap. De synagoges ontstonden, discussies in leerscholen. Het Jodendom stierf niet in de Babylonische ballingschap, maar leefde verrassenderwijs op.
Ook vindt de opstand tegen Antiochus Epiphanus plaats (164 v Chr), de herovering en reiniging van de tempel, wat nog steeds wordt gevierd/herdacht met Chanuka, in het NT Vernieuwingsfeest genoemd (Johannes 10: 22).
Veel zaken worden, hoewel wij er in het OT niets over horen, in het NT als bekend worden verondersteld en als onderdeel van het Jodendom. Om nog niet te spreken van andere in het Jodendom bekende overleveringen die in het NT terug te vinden zijn. Zo worden bijvoorbeeld Jannes en Jambres vermeld als tegenstanders van Mozes (2 Timotheus 3: 8), mannen die volgens de Joodse traditie zonen van Bileam waren en behoorden bij de magiers van Farao in Egypte in de tijd van Mozes’ optreden. Ander voorbeeld is de rots die volgens Paulus met het volk door de woestijn trok (1 Cor. 10: 3), wat ook gebaseerd lijkt op een Joodse overlevering. Laatste voorbeeld, Handelingen verhaalt dat de discipelen bijeen waren toen de Pinksterdag aanbrak; het lijkt erop dat de traditie van de leernacht in de nacht van Pinksteren, toen al een bekende traditie was, zie Cohen Stuart (2003) p. 122.4

2.2 Israel in het Nieuwe Testament

De hoofdlijn in Tenach is in Torah en Profeten positief als het gaat om de verwachting voor Israel. Wie vanuit deze verwachting het NT opent, valt direct met zijn neus in de boter.
Mattheus haakt met zijn geslachtsregister in H1 direct in op de verwachting van Israel, door Jezus te presenteren als de zoon van David, de zoon van Abraham.

Mattheus 1: 1
Βίβλος γενέσεως Ἰησοῦ Χριστοῦ υἱοῦ Δαυεὶδ υἱοῦ Ἀβραάμ.-

Ook Marcus begint met een verwijzing naar een tekst uit de Tenach, het eerste hoofdstuk van Johannes staat ook vol met dergelijke verwijzingen. In Openbaring 21, aan het einde van het NT, staan ook veel verwijzingen naar Tenach teksten. In Openbaring 21: 12 gaat het over de poorten van het Nieuwe Jeruzalem en op die poorten de namen van de 12 stammen van de zonen van Israel.

In deze studie richten wij ons nu op de doorgaande lijn bij de bijbelboeken van Lucas, het evangelie naar Lucas en Handelingen.

Lucas 1 de verschijning van de engel aan Zacharias

13 εἶπεν δὲ πρὸς αὐτὸν ὁ ἄγγελος Μὴ φοβοῦ, Ζαχαρία, διότι εἰσηκούσθη ἡ δέησίς σου, καὶ ἡ γυνή σου Ἐλεισάβετ γεννήσει υἱόν σοι, καὶ καλέσεις τὸ ὄνομα αὐτοῦ Ἰωάνην·
14 καὶ ἔσται χαρά σοι καὶ ἀγαλλίασις, καὶ πολλοὶ ἐπὶ τῇ γενέσει αὐτοῦ χαρήσονται.
15 ἔσται γὰρ μέγας ἐνώπιον Κυρίου, καὶ οἶνον καὶ σίκερα οὐ μὴ πίῃ, καὶ Πνεύματος Ἁγίου πλησθήσεται ἔτι ἐκ κοιλίας μητρὸς αὐτοῦ,
16 καὶ πολλοὺς τῶν υἱῶν Ἰσραὴλ ἐπιστρέψει ἐπὶ Κύριον τὸν Θεὸν αὐτῶν·
17 καὶ αὐτὸς προελεύσεται ἐνώπιον αὐτοῦ ἐν πνεύματι καὶ δυνάμει Ἡλεία, ἐπιστρέψαι καρδίας πατέρων ἐπὶ τέκνα καὶ ἀπειθεῖς ἐν φρονήσει δικαίων, ἑτοιμάσαι Κυρίῳ λαὸν κατεσκευασμένον.

13 Maar de engel zeide tot hem: Wees niet bevreesd, Zacharias, want uw gebed is verhoord en uw vrouw Elisabet zal u een zoon baren en gij zult hem de naam Johannes geven.
14 En blijdschap en vreugde zal uw deel zijn en velen zullen zich over zijn geboorte verblijden.
15 Want hij zal groot zijn voor de Here en wijn en sterke drank zal hij niet drinken en met de heilige Geest zal hij vervuld worden, reeds van de schoot zijner moeder aan,
16 en velen der kinderen Israëls zal hij bekeren tot de Here, hun God.
17 En hij zal voor zijn aangezicht uitgaan in de geest en de kracht van Elia, om de harten der vaderen te keren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de gezindheid der rechtvaardigen, ten einde voor de Here een weltoegerust volk te bereiden.

Lucas 1 de verschijning van de engel aan Maria

26 Ἐν δὲ τῷ μηνὶ τῷ ἕκτῳ ἀπεστάλη ὁ ἄγγελος Γαβριὴλ ἀπὸ τοῦ Θεοῦ εἰς πόλιν τῆς Γαλιλαίας ᾗ ὄνομα Ναζαρὲθ,
27 πρὸς παρθένον ἐμνηστευμένην ἀνδρὶ ᾧ ὄνομα Ἰωσὴφ, ἐξ οἴκου Δαυείδ, καὶ τὸ ὄνομα τῆς παρθένου Μαριάμ.
28 καὶ εἰσελθὼν πρὸς αὐτὴν εἶπεν Χαῖρε, κεχαριτωμένη, ὁ Κύριος μετὰ σοῦ. 29 ἡ δὲ ἐπὶ τῷ λόγῳ διεταράχθη, καὶ διελογίζετο ποταπὸς εἴη ὁ ἀσπασμὸς οὗτος.
30 καὶ εἶπεν ὁ ἄγγελος αὐτῇ Μὴ φοβοῦ, Μαριάμ· εὗρες γὰρ χάριν παρὰ τῷ Θεῷ·
31 καὶ ἰδοὺ συλλήμψῃ ἐν γαστρὶ καὶ τέξῃ υἱόν, καὶ καλέσεις τὸ ὄνομα αὐτοῦ Ἰησοῦν.
32 οὗτος ἔσται μέγας καὶ Υἱὸς Ὑψίστου κληθήσεται, καὶ δώσει αὐτῷ Κύριος ὁ Θεὸς τὸν θρόνον Δαυεὶδ τοῦ πατρὸς αὐτοῦ,
33 καὶ βασιλεύσει ἐπὶ τὸν οἶκον Ἰακὼβ εἰς τοὺς αἰῶνας, καὶ τῆς βασιλείας αὐτοῦ οὐκ ἔσται τέλος.

26 In de zesde maand nu werd de engel Gabriël van God gezonden naar een stad in Galilea, genaamd Nazaret,
27 tot een maagd, die ondertrouwd was met een man, genaamd Jozef, uit het huis van David, en de naam der maagd was Maria.
28 En toen hij bij haar binnengekomen was, zeide hij: Wees gegroet, gij begenadigde, de Here is met u.
29 Zij ontroerde bij dat woord en overlegde, welke de betekenis van die groet mocht zijn.
30 En de engel zeide tot haar: Wees niet bevreesd, Maria; want gij hebt genade gevonden bij God.
31 En zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren, en gij zult Hem de naam Jezus geven.
32 Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Here God zal Hem de troon van zijn vader David geven,
33 en Hij zal als koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid, en zijn koningschap zal geen einde nemen.

46 En Maria zeide: Mijn ziel maakt groot de Here,
47 en mijn geest heeft zich verblijd over God, mijn Heiland,
48 omdat Hij heeft omgezien naar de lage staat zijner dienstmaagd. Want zie, van nu aan zullen mij zalig prijzen alle geslachten,
49 omdat grote dingen aan mij gedaan heeft de Machtige. En heilig is zijn naam,
50 en zijn barmhartigheid van geslacht tot geslacht voor wie Hem vrezen.
51 Hij heeft een krachtig werk gedaan door zijn arm, en Hij heeft hoogmoedigen in de overlegging huns harten verstrooid;
52 Hij heeft machtigen van de troon gestort en eenvoudigen verhoogd,
53 hongerigen heeft Hij met goederen vervuld en rijken heeft Hij ledig weggezonden.
54 Hij heeft Zich Israël, zijn knecht, aangetrokken, om te gedenken aan barmhartigheid,
55 gelijk Hij gesproken heeft tot onze vaderen – voor Abraham en zijn nageslacht in eeuwigheid.

67 En zijn vader Zacharias werd vervuld met de heilige Geest en profeteerde, zeggende:
68 Geloofd zij de Here, de God van Israël, want Hij heeft omgezien naar zijn volk en heeft het verlossing gebracht,
69 en heeft ons een hoorn des heils opgericht, in het huis van David, zijn knecht,
70 – gelijk Hij gesproken heeft door de mond zijner heilige profeten van oudsher –
71 om ons te redden van onze vijanden en uit de hand van allen, die ons haten,
72 om barmhartigheid te betonen aan onze vaderen en zijn heilig verbond te gedenken,
73 de eed, die Hij zwoer aan Abraham, onze vader,
74 dat Hij ons zou geven, zonder vreze, uit de hand der vijanden verlost,
75 Hem te dienen in heiligheid en gerechtigheid voor zijn aangezicht, al onze dagen.

Lukas 2, de geboorte van Jezus.
De geschiedenis speelt zich af in de bedding van de Tenach. De geboorte in Betlehem, de stad van David. Herders krijgen te horen dat de Messias is geboren. Het kind wordt op de achtste dag besneden. En overeenkomstig de wet van Mozes gaan de ouders met hun eerstgeborene naar de tempel (vs 22-23). Daar ontmoeten zij Simeon.

25 En zie, er was een man te Jeruzalem, wiens naam was Simeon, en deze man was rechtvaardig en vroom, en hij verwachtte de vertroosting van Israël, en de heilige Geest was op hem.
26 En hem was door de heilige Geest een godsspraak gegeven, dat hij de dood niet zou zien, eer hij de Christus des Heren gezien had.
27 En hij kwam door de Geest in de tempel. En toen de ouders het kind Jezus binnenbrachten om met Hem te doen overeenkomstig de gewoonte der wet,
28 nam ook hij het in zijn armen en hij loofde God en zeide:
29 Nu laat Gij, Here, uw dienstknecht gaan in vrede, naar uw woord,
30 want mijn ogen hebben uw heil gezien,
31 dat Gij bereid hebt voor het aangezicht van alle volken:
32 licht tot openbaring voor de heidenen en heerlijkheid voor uw volk Israël.

En ook Hanna, een profetes (!).

36 Ook was daar Hanna, een profetes, een dochter van Fanuël, uit de stam Aser. Zij was op hoge leeftijd gekomen, nadat zij met haar man na haar huwelijksdag zeven jaren had geleefd,
37 en nu was zij weduwe, ongeveer vierentachtig jaar oud, en zij diende God onafgebroken in de tempel, met vasten en bidden, nacht en dag.
38 En zij kwam op datzelfde ogenblik daarbij staan, en zij loofde mede God en sprak over Hem tot allen, die voor Jeruzalem verlossing verwachtten.

Nog zoiets wat direct terug gaat op de Torah, jaarlijks naar Jeruzalem met Pesach. En Jezus die op Zijn twaalfde jaar voor het eerst meegaat, wat door wel ggeinterpreteerd wordt dat hij Zijn Bar Mitzwah deed, hoewel andere bronnen beweren dat ddit ritueel toen nog neit bestond.

Concluderend: Lucas verbindt de geboorte van Johannes de Doper en van Jezus vanaf het begin met de verwachting uit de Tenach voor Israel en de volken.

In de hoofdstukken 3 tot en met 8 beschrijft Lucas het rondtrekken van Jezus in Galilea en Judea en een diversiteit aan gebeurtenissen.

Vanaf H9 beschrijft Lucas Jezus’ opgaan naar Jeruzalem en speelt Jeruzalem een belangrijke rol in het evangelie (zie 9: 31, 9: 51, 13: 22, 13: 33-34 (!), 18: 31, 19: 11vv gelijkenis om verwachting van spoedig aanbreken van het Koninkrijk te matigen, 21: 20vv het Goddelijke ‘totdat’, 23: 28).

Lucas 24: 46-53; het universele van het evangelie wordt benadrukt; vanuit Jeruzalem naar alle volken; het sluit aan bij woorden die wij in de eerste hoofdstukken hoorden, ‘licht tot openbaring voor de heidenen, en heerlijkheid voor Uw volk Israel’.
Let op: dat de volken in beeld zijn, gaat niet ten koste van Israel.

Handelingen
H1

  • vs 4 opdracht om te wachten op de Heilige Geest
  • vs 6 de vraag over het herstel van het koningschap in Israel

H2 - H7
Jeruzalem

Let ook even op 6: 7

6: 7 En het woord Gods wies en het getal der discipelen te Jeruzalem nam zeer toe en een talrijke schare van de priesters gaf gehoor aan het geloof.

H8
Samaria
H9
Saulus wordt volgeling van Jezus Messias
H10
Cornelius, de eerste heidenen

Vanaf dat moment volgt het boek vooral Paulus en hoe het evangelie gebracht wordt naar de heidenen. In de loop van het boek blijkt (of lijkt) het evangelie meer gehoor te vinden onder de heidenen dan onder de Joden, wat op zich ook heel opmerkelijk en onverwacht is. Waarom zou de boodschap van een ‘secte’ binnen het Jodendom zoveel gehoor vinden in de heidenwereld?
Daar waar Handelingen begint met de Joodse volgelingen van Jezus bijeen in Jeruzalem, eindigt het boek met Paulus in huisgevangenschap in Rome en de Joodse gemeente aldaar die het evangelie afwijst.
Je zou kunnen zeggen, en dat is door sommige theologen ook wel gedaan, dat de centrale plaats van Jeruzalem daarmee vervangen is door Rome. Wat daarbij vergeten wordt:

  • Handelingen begint met het wachten in Jeruzalem om na Pinksteren vanuit Jeruzalem het evangelie te brengen naar Judea, Samaria en de uiterste van de aarde; Handelingen beschrijft deze gang van het evangelie en ziet Rome niet als het centrum van de wereld, maar als het uiterste der aarde
  • de voortgang van het evangelie naar Judea, Samaria, het uiterste der aarde wordt beschreven in een beweging vanuit en steeds weer terug naar Jeruzalem
    • Paulus ontmoet Jezus, komt in Damascus en gaat terug naar Jeruzalem (9: 26-29)
    • Petrus preekt bij Cornelius (H10) en keert terug naar Jeruzalem (11: 2)
    • de gemeente in Antiochie ondersteunt de broeders in Judea (11: 26-27)
    • Paulus en Barnabas vertrekken vanuit Antiochie (H13) en keren terug in Jerzualem (H15)
    • Paulus en Silas komen naar hun reis naar Griekenland terug en gingen op (naar Jeruzalem volgens de SV) en groette de gemeente
    • Paulus wil naar Jerzualem om daar met Pinksteren te zijn (20: 16); dat loopt uit op gevangenschap en leidt hem naar Rome
  • 21: 20-21 verhaalt van ‘duizenden’Joden die tot geloof zijn gekomen en ’allen zijn zij ijveraars voor de wet’

Jeruzalem is niet uit beeld aan het einde van het boek Handelingen. De Torah is niet uit beeld aan het einde van het boek Handelingen. Meer nog, het Jodendom is niet uit beeld.

  • 22: 3 -Ἐγώ εἰμι ἀνὴρ Ἰουδαῖος - Ik ben een Jood

22: 3 Ik ben een Jood, te Tarsus in Cilicië geboren, doch in deze stad opgevoed, aan de voeten van Gamaliël opgeleid met nauwgezette inachtneming van de wet onzer vaderen, een ijveraar voor God evenals gij allen heden zijt.

22: 21 En Hij zeide tot mij: Ga heen, want Ik zal u uitzenden, ver weg, naar de heidenen.
22 Zij hoorden hem aan tot dit woord toe; maar toen verhieven zij hun stem en riepen: Weg van de aarde met zo iemand: want hij behoort niet te blijven leven!

23: 6 En daar Paulus wist, dat het ene deel behoorde tot de Sadduceeën en het andere tot de Farizeeën, riep hij in de Raad: Mannen broeders, ik ben een Farizeeër, een zoon van Farizeeën, ik sta terecht om de hoop en de opstanding der doden.

Zie ook 24: 15, 16; 25: 8; 26: 6-7; 28: 17 (!)

De vraag uit 1: 6 (“Herstelt gij in deze tijd het koningschap voor Israel”) is niet een beetje domme vraag. De verwachting die daaruit spreekt is niet over na Handelingen 28.
Ook opvallend, volgelingen van Jezus uit de Joden, zijn ijveraars voor de wet en leven naar de gebruiken (21: 20-21).

Vanaf H10 richt Handelingen zich voornamelijk op de verbreiding van het evangelie onder de heidenen en de reuring die dat gaf in en buiten de gemeente. Binnen deze van oorsprong Joodse gemeenschap van volgelingen van Jezus, leefde men blijkbaar als Jood naar de overgeleverde gebruiken.

Het tot geloof komen van heidenen, die de bedding van de Tenach niet kenden, roept vragen op. Wat betekent het volgen van de Joodse Messias voor heidenen? Lastige vragen, zeker omdat het evangelie van Jezus Messias, onder heidenen meer weerklank blijkt te vinden dan onder Joden. Best onverwacht eigenlijk. Werk van de Heilige Geest.
Vragen waar het omgaat zijn bijvoorbeeld:

  • wat is de betekenis van de geboden van Israel, voor gelovigen met een niet-Joodse achtergrond?
    • besnijdenis?
    • de feesttijden: shabbat, Pesach, Shavu’ot, Sukkot, Purim, Chanuka?
  • hoe zit het met het onderscheid Jood en heiden binnen de gemeente van volgelingen van Jezus Messias

Merk op, dat de vraag wat het volgen van Jezus voor Joodse volgelingen betekende wat betreft het leven naar de wet, niet speelt in Handelingen.

Later, toen de meerderheid van de volgelingen van Jezus een heidense achtergrond hadden, zijn daar andere vragen opgegkomen

  • wat is nog de betekenis van Israel?
    • is er een bladzijde omgeslagen in Gods plan met de schepping?
    • heeft Israel nog betekenis, of is Israel een wegwerpproduct, een ‘booster rocket’ voor de lancering van de Messias?
    • is de doop in plaats van de besnijdenis gekomen?
  • waarom nog de feesten vieren, ontken je daarmee niet het werk van Christus?5

Wat wij hier zien is dat de vragen die in de tijd van Handelingen actueel waren, weer volop actueel zijn door de opkomst van de Messiaanse beweging. Vragen die, voor zover ik weet, eeuwen geen rol van betekenis speelden, liggen weer op tafel.
Gelovigen met een heidense achtergrond houden zich bezig met de Joodse wortels van het geloof in Jezus Messias en komen tot de ontdekking dat dit een verrijking van begrijpen van de Schrift met zich meebrengt, en ook voor het persoonlijk geloofsleven.

De zaak is besproken tijdens een vergadering in Jeruzalem, beschreven in Handelingen 15. En daar valt een besluit met betrekking tot de eisen die opgelegd worden aan ggelovigen uit de heidenen.

15: 28 Want het heeft de heilige Geest en ons goed gedacht, u verder geen last op te leggen dan dit noodzakelijke:
15: 29 onthouding van hetgeen de afgoden geofferd is, van bloed, van het verstikte en van hoererij; indien gij u hier voor wacht, zult gij wèl doen. Vaart wel!

Helaas is dit voor ons niet zo duidelijk als dat het kennelijk voor de gelovigen in die tijd wel was. Enkele mogelijke interpretaties:

  • gaat terug op de Noachitische geboden; uit wat de Here God tegen Noach zegt, worden de Noachitische geboden afgeleid (rechtspraak, geen Godslastering en afgoderij, geen bloedvergieten, ggeen diefstal, niet het vlees van een levend dier eten)
  • drie van de genoemde vier geboden betreffen de geboden die in het Jodendom boven het leven gaan: afgoderij, ontucht en moord.
  • practische aanwijzingen zodat Joden en niet-Joden met elkara om kunnen gaan in de gemeente

Uiteraard betreft dit specifieke zaken waar discussie over was. Over God liefheben voven alles en je naaste als jezelf wordt hier niet gesproken, net zomin als over veel andere onderwerpen waar geen discussie over was.

Wat hier bijvoorbeeld niet uit afgeleid kan worden, is de vraag naar het shabbatsgebod. Het enige van de tien geboden dat niet niet expliciet in het NT voor gelovigen uit de volken vermeld wordt.

Neem bijvoorbeeld de shabbat.

  • De mainstream in de kerk houdt zich aan het gebod door de zondag in ere te houden
  • Er kan niets tegen zijn om de shabbat te heiligen/ apart te zetten; je zult er niet om veroordeeld worden als je het shabbatsgebod serieus neemt
  • Romeinen 14 lijkt te pleiten voor het elkaar vrijlaten met betrekking tot het houden van de shabbat (ik twijfel overigens of het hier om shabbat en de andere feesten gaat, omdat andere zaken die genoemd worden, zoals vegetarisch eten en geen wijn drinken, niet typisch Joods zijn)

In EGMS is het gangbare praktijk elkaar niet de maat te nemen wat betreft het apart zetten van de shabbat als een speciale dag.
Persoonlijk doe ik dit al enkele tientallen jaren, en ervaar het als een vreugde, zonder anderen dit als gebod op te willen leggen (wie 24/7 bezig wil zijn, be my guest :-)).

Wat betekent dit alles praktisch voor EGMS.

  • Wij geloven dat God Zich met een eeuwig verbond aan de Israel heeft verbonden.
  • Wij geloven niet in vervangingstheologie; Israel is geen ‘booster rocket’ in Gods plan
  • In de gemeente is ruimte voor gelovigen die inhoud willen geven aan de verbondenheid met Israel, bijvoorbeeld door aandacht te geven aan de feesten
  • De gemeente kan hiermee een voorbeeld zijn hoe Joodse en niet-Joodse gelovigen samen op kunnen trekken; mede daarom vind ik het jammer dat een een aantal van ons is overgestapt naar Shamar en niet heeft onderzocht in hoeverre er ruimte is voor hun geloofsbeleving binnen EGMS; maar het is nog niet te laat wellicht