1 Israel (1)

Gemeente Datum
EGM Scheveningen 2020-11-04

1.1 Inleiding

De laatste jaren ontstaan er steeds meer gemeenten die zich Messiaans noemen. Deze ontwikkeling is al langer aan de gang, maar lijkt in een stroomversnelling terecht gekomen.
Zie om een indruk te krijgen van deze beweging bijvoorbeeld:

Oorspronkelijk waren Messiaanse gemeenten, gemeenten van Joodse gelovigen in Jezus, m.a.w. Joodse gelovigen die Jezus als Messias belijden. Nu zijn er de eeuwen door Joodse mensen geweest die christen geworden zijn en opgingen in een kerk. Wat Messiaanse gemeenten onderscheidt is dat de Joodse gelovigen hun Jodendom niet afzworen, maar volop Joods bleven als het bijvoorbeeld ging om het heiligen van de shabbat, het vieren van de bijbelse feesten, Pesach met de traditionele sedermaaltijd, Shavu’ot, Rosh Hahsna, Yom Kippur, Sukkot en Purim, en ook Joodse feesten en gedenkdagen zoals Chanuka en Tisha B’av. Niet Joodse christenen die hiermee in aanrakig kwamen, ervoeren veel van wat zij hier hoorden en leerden als een verrijking van hun geloof in Jezus Christus. Zij gingen bestuderen wat de bijbel hierover zegt en begonnen zelf ook de feesten te vieren, i.h.b. shabbat. Dit leidde van lieverlee tot het ontstaan van zich Messiaans noemende gemeenten die voornamelijk bestaan uit niet Joodse gelovigen.
Dit zien wij ook in Nederland, waarbij opgemerkt kan worden dat er binnen het palet van deze gemeenten een grote verscheidenheid bestaat. Het samenkomen op shabbat is een gemeenschappelijk kenmerk. Een Messiaanse gemeente kan heel charismatisch zijn, maar ook heel kerkelijk traditioneel. In de ene gemeente draagt (een deel van) de mannelijke leden een keppel, in een andere is dat not done.
Er komen ook meer en meer publicaties van Messiaanse theologen, die vragen stellen aan de gangbare christelijke theologie. Studies vanuit deze beweging leveren nieuwe inzichten op in het Joodse karakter van het Nieuwe Testament.

1.2 De betekenis van Israel in Gods handelen met de schepping

Waar gaat de bijbel over? Als je vraagt dit samen te vatten dan kom je veelal uit bij: schepping - zondeval - wet - evangelie van de komst van Jezus - herstel van alle dingen.

Als voorbeeld, de apostolische geloofsbelijdenis
Hierin wordt direct de sprong gemaakt van schepping naar Jezus Christus.

  1. Ik geloof in God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde.
  2. En in Jezus Christus, zijn enige Zoon, onze Heer,
  3. die ontvangen is van de heilige Geest, geboren uit de Maagd Maria;
  4. die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven; die nedergedaald is ter helle,
  5. de derde dag verrezen uit de doden;
  6. die opgestegen is ten hemel, zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader;
  7. vandaar zal Hij komen oordelen de levenden en de doden.
  8. Ik geloof in de heilige Geest;
  9. de heilige katholieke kerk, de gemeenschap van de heiligen;
  10. de vergeving van de zonden;
  11. de verrijzenis van het lichaam;
  12. en het eeuwig leven. Amen.

Terug te vinden in de eerste hoofdstukken van Genesis, paar hoofdstukken Exodus en dan naar Nieuwe Testament. Echter, vanaf Genesis 12 tot einde van het Oude Testament gaat het vooral over Gods handelen met een volk, het volk Israel.
Wie door de Here Jezus tot God komt, komt door Hem tot de God van Israel.
De openbaring van wie God is, is tot ons gekomen vanuit dit volk, dat in Genesis 12 op het toneel verschijnt en over welk volk vrijwel het gehele Oude Testamens - de Tenach - gaat.
Vele teksten in de Tenach spreken over de trouw van de Eeuwige aan het volk waarmee Hij Zich heeft verbonden (!). Het zicht op deze verbondenheid van de Here God met Israel is nogal eens uit beeld geraakt in de christelijke kerk.1 ‘Wat de christelijke kerk en theologie niet hebben beseft, is dat God Zelf onbetrouwbaar wordt als de verklaarde trouw van God aan Zijn volk Israel kennelijk weggestreept kan worden. Waarom zou Hij immers de gelovigen uit de volken dan wel trouw moeten blijven?’ (Westerman, 2015, p. 27).
Na de verschrikkingen van de Sjo’a is er in veel kerken nagedacht over de blijvende betekenis van Israel in Gods heilsplan. Westerman (2015) gaat een stap verder en vraagt aandacht voor de betekenis van Israel in Gods scheppingsplan (zie 1.2.1).
Binnen deze naoorlogse beweging binnen de christelijke theologie kan ook de ontwikkeling van de Messiaanse beweging geplaatst worden. Allereerst het bewust worden van Joodse gelovigen dat als Israel een centrale plan heeft in Gods handelen met de wereld, Jezus Messias volgen niet het einde van je Joodse identiteit betekent, maar integendeel onderdeel is van je Joodse identiteit en tot je bestemming komen betekent. De toestroom van niet Joodse gelovigen tot deze gemeenten heeft te maken met de doordenking van de vraag wat Gods eeuwige trouw aan Israel betekent voor niet-Joodse gelovigen. Naast wellicht dat wij pinkster/evangelische christenen snel in zijn voor iets nieuws en de aantrekkelijkheid van aantal elementen van Joodse geloofsbeleving.
Wie hiermee bezig is, doet er goed aan zich te realiseren dat de bijbel leert dat er maar een Naam onder de hemel gegeven is, waardoor wij behouden kunnen worden. Meerdere christenen die zich verdiepten in de Joodse wortels van hun geloof, zijn het geloof in Jezus Christus als Lam van God dat de zonden van de wereld wegneemt, verloren. Dit gebeurt echter ook elders.

1.2.1 Abraham

Genesis 11 vertelt van de torenbouwers in Babel, die zich een naam wilden maken. Omdat door hun eenheidsstreven niets van wat zij denken te doen onuitvoerbaar zal zijn, daalt de Here God neer en zorgt voor verdeeldheid. Het hoofdstuk is daarmee niet afgelopen, er volgt een geslachtsregister dat uitloopt op de geboorte van Abram. Abram krijgt de belofte dat de Heer zijn naam groot zal maken. En de belofte dat in zijn zaad alle volken van de wereld gezegend zullen worden.
Duidelijk wordt dat de Heer temidden van de volken een eigen volk heeft afgezonderd, met andere woorden geheiligd. Dit volk is Gods eigendom. Zie bijvoorbeeld:

  • Israel is Gods eerstgeboren zoon; Exodus 3: 15
  • Hij wil voor eeuwig genoemd worden de God van Abraham, Isaak en Jakob; Exodus 4: 20
  • Israel is Gods erfdeel; Ps. 78: 71, 135: 12, 136: 22; Joel 2: 17, 3: 2
  • Israel is Gods oogappel; Deut. 32: 10; Zacharia 2: 8
  • Israel is het volk van de heiligen van de Allerhoogste (Daniel 7: 27)

1.2.1.1 Het begin van Israel

Oppervlakkig gezien lijkt het erop dat Gods geschiedenis met de roeping van Abram een nieuwe weg inslaat, in de bedelingenleer een nieuwe bedeling genoemd. De Schrift geeft echter aanwijzingen dat Israel als Gods eigen volk, vanaf het begin in Gods plan voorkomt.
Westerman (2015) wijst erop dat vanaf de voltooiing van de schepping, gewacht wordt op nader onderwijs. Bijvoorbeeld over wat het gevolg is voor de mens dat God de zevende dag heiligde en rustte van Zijn werken (Gen. 2: 3). Of over de betekenis van het bewerken en bewaren van de schepping (Gen. 2: 15). Later blijkt dit volk, zelfs nog voor de wetgeving op de Sinai, de sabbat gegeven te zijn.2 Hieruit kan afgeleid worden dat reeds bij de schepping ‘de creatie van dit volk reeds op een verborgen manier voorhanden is’ (Westerman, 2015, p. 45).
Deuteronomium 32: 8-9 spreekt over de tijd dat Hij de mensenkinderen van elkaar scheidde, dat is in de tijd van Noach en de torenbouwers in Babel, deed Hij dat naar het aantal der zonen van Israel; dit aantal was in de tijd echter pas veel later bekend. Abram moest nog op het wereldtoneel verschijnen.

7 Gedenk aan de dagen van weleer let op de jaren van geslacht na geslacht; vraag uw vader, dat hij het u meedele, uw oudsten, dat zij het u zeggen.
8 Toen de Allerhoogste aan de volken hun erfenis toedeelde, toen Hij de mensenkinderen van elkander scheidde, heeft Hij de grenzen der volken vastgesteld naar het aantal der zonen van Israël.
9 Want des HEREN deel is zijn volk, Jakob het Hem toegemeten erfdeel.

Het meest duidelijk is EFeze 1.

1 Paulus, door de wil van God een apostel van Christus Jezus, aan de heiligen en gelovigen in Christus Jezus, die [te Efeze] zijn;
2 genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus.
3 Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus.
4 Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht.
5 In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil,
6 tot lof van de heerlijkheid zijner genade, waarmede Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde.
7 En in Hem hebben wij de verlossing door zijn bloed, de vergeving van de overtredingen, naar de rijkdom zijner genade,
8 welke Hij ons overvloedig heeft bewezen in alle wijsheid en verstand,
9 door ons het geheimenis van zijn wil te doen kennen, in overeenstemming met het welbehagen, dat Hij Zich in Hem had voorgenomen,
10 om, ter voorbereiding van de volheid der tijden, al wat in de hemelen en op de aarde is onder één hoofd, dat is Christus, samen te vatten,
11 in Hem, in wie wij ook het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem, die in alles werkt naar de raad van zijn wil,
12 opdat wij zouden zijn tot lof zijner heerlijkheid, wij, die reeds tevoren onze hoop op Christus hadden gebouwd.

De ‘wij’ waarover Paulus spreekt is Israel, dat zijn degenen die reeds tevoren hun hoop op de Messias hebben gesteld. Voor gelovigen uit de heidenen geldt wat in Efeze 2 vers 12 staat, ‘te dien tijde zonder Christus’.

11 Bedenkt daarom dat gij, die vroeger heidenen waart naar het vlees, en onbesneden genoemd werdt door de zogenaamde besnijdenis, die werk van mensenhanden aan het vlees is, 12 dat gij te dien tijde zonder Christus waart, uitgesloten van het burgerrecht Israëls en vreemd aan de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld.

Israel is vanaf het begin, van voor de schepping in Gods gedachten geweest. In Genesis 12 begint dit wat in Gods gedachten was, gestalte te krijgen in Abram. En vrijwel direct horen wij meer over het voornemen van de Eeuwige met dit volk.

Genesis 12 1 De HERE nu zeide tot Abram: Ga uit uw land en uit uw maagschap en uit uws vaders huis naar het land, dat Ik u wijzen zal;
2 Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken, en gij zult tot een zegen zijn.
3 Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken, en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden.

In Genesis 11 lezen wij van de torenbouwers van Babel, die een wilden zijn en een toren tot in de hemel maken. Dit gaat niet om een wolkenkrabber, maar om als God willen zijn. Als gezegd, dit streven wordt verijdeld doordat de Here de volken verdeelt. Als reactie begint de Here ook aan Zijn plan van voor de grondlegging van de wereld met Zijn eigen volk. Dit volk is bedoeld een zegen voor de volken te zijn. Wij kunnen ervan uitgaan dat dit ook van voor de grondlegging van de wereld Zijn bedoeling is geweest. En dit krijgt gestalte in het wederzijds elkaar zegenen van Gods volk en de volkeren.
Gods plan van voor de schepping, betekent een onderscheid in de volkenwereld. Temidden van de volken, die Hij van elkaar scheidde (Deut. 32: 8), kiest Hij Zich Abram om Zijn plan van voor de grondlegging van de wereld gestalte te geven. En langzamerhand zal dat plan met dit volk steeds duidelijker worden. Vanaf het begin is duidelijk dat dit plan zegen inhoudt, zegen voor dit volk, zegen voor dit volk naar de volken, zegen vanuit de volken naar dit volk. Zo is het bedoeld.
Merk op dat de volgorde in Genesis 12 is (1) gaan naar het land dat God wijzen zal, (2) tot een groot volk worden, gezegend door God een grote naam krijgen en (3) tot een zegen zijn. De belofte van het land is niet een bijkomstigheid, maar essentieel. De Here kiest een volk temidden van de volken. Hij kiest een land voor dit volk. Zijn aanwezigheid temidden van de volken wordt zo wel erg concreet. Het is geen bijzaak, ‘De Here heeft Zich Sion verkoren’ (Psalm 132: 13). In het vervolg van de Tora wordt het belang van een concrete plaats nog vaak benoemd en benadrukt, in het bijzonder waar het de ene plaats van de offerdienst betreft. In Deuteronomium wordt die plaats tot 20 keer toe aangeduid als ‘de plaats die de Here God verkiezen zal.’ Dat de landbelofte geen bijkomstigheid is, mag ook blijken uit het slot van de Torah, het slot van de profeten en het slot van de Geschirften (Deut. 33: 27-29; Maleachi slot; 2 Kron. 36: 21).

Die zegen vanuit dit volk naar de volken houdt onder andere priesterdienst in, Exodus 19: 5-6.

Exodus 19 5 Nu dan, indien gij aandachtig naar Mij luistert en mijn verbond bewaart, dan zult gij uit alle volken Mij ten eigendom zijn, want de ganse aarde behoort Mij.
6 En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk. Dit zijn de woorden die gij tot de Israëlieten spreken zult.

Dit was dus wat de Heer voor de grondleggging der wereld voor had met dit volk. En wat dit inhoudt zien wij (gedeeltelijk al) in het leven van Abraham, bijvoorbeeld als hij voorbede doet voor Sodom.

1.3 Gods doel met Israel

Van voor de grondlegging van de wereld, heeft de Heer Zich een volk uitverkoren om voor Hem een koninklijk priesterschap te vormen.
In Abraham begint dit voornemen gestalte te krijgen, temidden van de volken.
Het voornemen krijgt vervolgens gestalte in Isaak, in Jakob, in de twaalf aartsvaders. In het bijzonder in de geschiedenis van Jozef zien wij een nakomeling van Abraham tot zegen van de volken worden.

Tot de priesterlijke taken behoren onder andere onderricht3 en offerdienst. De priesterlijke taak van Israel wat betreft onderricht, is ook onderwerp van de profetie waarin gesproken wordt over ‘uit Sion zal de wet uitgaan en het woord van de Heer uit Jeruzalem.’ (Jesaja 2:3; Micha 4: 2).

In het boek Exodus lezen wij hoe de nakomelingen van Abraham uitgroeien tot een groot volk in de donkere eeuwen in Egypte. Wij lezen hoe het volk bevrijdt wordt en gebracht wordt naar de Sinai. En daar vindt opnieuw een belangrijke stap plaats in de uitvoering van het eeuwig voornemen. Dit volk ontvangt de Tora, Gods onderwijzing. Zijn Torah, waarvan in de Joodse theologie wordt gezegd, dat dit het begin is van Zijn werken, van voor de grondlegging der wereld.
Het belang van dit wetboek, mag duidelijk zijn uit het begin van de Nebi’im (Jozua 1) en het begin van de Chetubim (Psalm 1) en het begin van het Nieuwe testament (Matt. 5).
Als Israel Spreuken 8 leest, de lofzang op de wijsheid, dan betrekt het deze lofzang op de Torah. Zo wordt ook vers 23 betrokken op de Torah.

22 De HERE heeft mij tot aanzijn geroepen als het begin van zijn wegen, vóór zijn werken van ouds af. 23 Van eeuwigheid aan ben ik geformeerd, van den beginne, eer de aarde bestond.

En dat is interessant. De Torah wordt gezien als begin van Gods werken, van voor de Schepping. Zoals wij over Jezus spreken, zo spreekt Israel over de Torah. Zie ook de eerste verzen van het evangelie naar Johannes in dit verband.

De Torah wordt bezongen in de Psalmen.
Psalm 1 begint er al mee. Psalm 19 en Psalm 119 zijn het duidelijkst.

Israel verheugt zich in de Torah. De Torah is en wordt woord voor woord bestudeerd; elke week wordt een deel in de synagoge gelezen. Een gewoonte die blijkbaar in de tijd van Handelingen al gebruikelijk was, Hand. 15: 21.
Jaarlijks wordt met Simchat Torah gevierd dat de Eeuwige Zijn onderwijzing aan Israel heeft toevertrouwd.
De Torah is, zoals gezegd, het hart van de Schrift, zowel OT als NT.

Het ontvangen van de Torah gaat gepaard met het horen van de tien woorden op de Sinai. Morele richtlijnen die tot op de dag van vandaag niet overtroffen zijn.
Aan een volk, dat honderden jaren geleefd heeft temidden van de afgoderij van Egypte, geeft de Here Zijn onderwijzing. Wat een boodschap was dat, tegenover het veelgodendom, de belijdenis God is één. Tegenover de Egyptische zonaanbidders, de belijdenis dat de zon onderdeel is van hetgeen door Hem geschapen is.

Op de berg ontvangt Mozes verder onderwijs, Torah. En krijgt hij de opdracht een tent/tabernakel op te zetten in het midden van het volk. Hoofdstukken lang gaat het daarover. Uiteindelijk aan het slot van Exodus is de tent opgericht en gaat de Torah verder met de wetgeving met betrekking tot de offers en de wijding an Aaron en zijn zonen tot priesters, de aanwijzing van de Levieten in plaats van de eerstgeborenen (Numeri 3).

Westerman wijst erop dat de instellingen met betrekking tot priesterdienst mede inhoud geven aan de grote roeping van Israel om een Koninklijk Priesterschap te vormen. De indeling van het volk en de opstelling in de woestijn, geven inzicht in Gods ordening van de volken. De priesters en Levieten vormen de eerste ring om het heiligdom. Daaromheen gegroepeerd de overige stammen, zie eerste hoofdstukken van Numeri.
Zo is Gods ordening, in het midden van de aarde, de ene plaats die Hij verkiezen zal. Daaromheen Zijn priestervolk, en daaromheen de volken.
Wat is Israel zonder zijn priesters en Levieten?
Wat is de volkenwereld zonder Israel?

Voor de priesters en Levieten in Israel golden andere bevoegdheden en verplichtingen, andere wetten, andere Torah, dan voor de andere stammen.
De Torah kent voorschriften die speciaal voor de priesters gelden en voorschriften die voor iedere Israeliet gelden. Daarnaast zijn er voorschriften voor de vreemdeling die in het midden van het volk woont en er zijn voorschriften voor alle bewoners der aarde.

Israel hoorde bij de Sinai van de roeping om een koninkrijk van priestrs te zijn. Uit de regelingen omtrent taken en verantwoordelijkheden van de priesters, kan geleerd worden wat de Here God voor heeft met een priesterlijk volk temidden van de volken.
Wat waren die priesterlijke taken dan wel? Onderwijs, offerdienst, de Heer vertegenwoordigen bij het volk, het volk vertegenwoordiggen bij de Heer.

Paar opmerkingen over deze missie van dit volk: Deze missie van het volk heeft vanaf het begin de haat van de volken opgeroepen. Wat overigens al in Genesis 15 (i.h.b. vs. 12) gelezen kan worden. De haat van de volken overkomt de nakomelingen van Abraham door de Farao van Egypte, door Amalek in de woestijn, door de Assyriers, door de Babyloniers, door Haman, door de Seuliciden onder Antiochus Epiphanus, door de Romeinen, door de kruisvaarders, etc. .

Het volk is niet altijd even succesvol geweest in het uitvoeren van de missie om een koninrijk van priesters te zijn. De Here God zond Zijn profeten om hen bij de les te houden. Hun boodschap kon hard zijn.
Maar altijd klinkt er ook hoop in door op een of andere manier. Denk aan Ezechiel, in H9 ziet hij hoe de heerlijkheid des Heren de tempel verlaat; in zijn slothoofdstukken schrijft hij over de nieuwe tempel en hoe de Here terugkeert.

Maar dan na Maleachi (ca. 425 v Chr). zwijgen de profeten.
Dan begint wat wij de intertestamentaire periode noemen.

  • Jeremia 2: 3 noemt Israel het begin () van Gods werken

Literatuur
Jansen H. (1982). Christelijke theologie na Auschwitz. …… Westerman E.J. (2015). De Messias leren. Boekencentrum.


  1. zie hier↩︎

  2. https://www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel/voi53-3b.php↩︎

  3. o.a. Ibn Ezra (Joodse geleerde uit de middeleeuwen, eind 11e - midden 12e eeuw); Ellicott (Engelse Anglicaan 19e eeuw)↩︎